Achter glas?

print

Op basis van de gepubliceerde en ongepubliceerde geschriften van James Ensor kunnen de onderzoekers van het Ensor Reseach Project veel te weten komen over de artistieke keuzes van de kunstenaar. In dit artikel gaat Herwig Todts dieper in op Ensors houding ten opzichte van kunst achter glas.

De vraag of een schilderij uiteindelijk moet worden afgewerkt met een vernislaag, heeft Ensor - o.a. in enkele brieven aan Edgar Picard, een bevriend verzamelaar - met nuance beantwoord. Hij heeft wel degelijk een aantal schilderijen, zoals de eerste versie van De oestereetster (1882) nog in 1907 van een vernislaag voorzien maar in welbepaalde gevallen vindt hij dat de glans van vernis de schoonheid van bijvoorbeeld donkere tonen kan ruïneren. 1 Ensors houding tegenover het gebruik van vernis plaatst restauratoren van zijn werk uiteraard voor een bijkomend probleem: moet een schilderij zoals De verbazing van het masker Wouse(1889) na reiniging, herstel en retouches al dan niet een vernislaag krijgen. De afwezigheid van ook maar een enkel spoor van oude, originele (?) vernis, kan een argument zijn om het schilderij niet te vernissen en te beschermen tegen vervuiling van het oppervlak door het achter glas in te lijsten. Gezien de groeiende weerstand tegen het gebruik van vernis in het spoor van de Franse impressionisten en Ensors persoonlijke reserves kan deze optie stellig worden verdedigd.

Over het inlijsten van schilderijen achter glas vinden we in Ensors briefwisseling bovendien opmerkingen. Wellicht lijstte hij tekeningen en etsen doorgaans in achter glas. Voor de tentoonstelling van 1899 bij La Plume in Parijs leende hij een groot aantal tekeningen en etsen uit. In een brief van 25 februari aan de directeur van het tijdschrift en de gelijknamige tentoonstellingszaal schrijft Ensor: “Ik heb de etsen van de tentoonstelling van La Plume ontvangen, het glas van de twee grote lijsten volledig kapot (les glaces des deux grands cadres complètement brisées).” 3

Ensor bij de piano in zijn atelier - 22 juni 1937 (detail) een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar


Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail) een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Op sommige foto’s van kamers in Ensors tweede woning in de Vlaanderenstraat (het huidige Ensormuseum) kunnen we duidelijk kunstwerken aanwijzen die achter glas werden ingelijst. De reflecties verraden het gebruikte materiaal. Vandaag investeren musea veel geld in het gebruik van ontspiegeld, nagenoeg onzichtbaar glas. Maar Ensor vond het effect van spiegelend glas kennelijk af en toe wel interessant. Dat schrijft hij tenminste aan de Antwerpse verzamelaar Cleomir Jussiant. Jussiant kocht in 1927 een klein schilderijtje dat kennelijk “ verzorging” nodig had. Het werd door de restaurator van het Antwerps museum verdoekt. Maar omdat Ensor vond dat sommige restauratoren met hun retouches het karakter van een schilderij “ onherstelbaar kunnen vervormen”, zou hij het zelf op discrete wijze en met zorg bijwerken (“ certains restaurateurs abusent de retouches et dénaturent ainsi, irréparablement le caractère des oeuvres. […]). Ensor voegt er aan toe: “ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen” (“Je l’ai retouché avec soin et discrétion. Mis sous verre le tableau donnera tout son effet.”) 5 Uit de brieven blijkt dat het om een klein schilderijtje gaat dat Jussiant zou hebben gekocht tijdens een bezoek aan het atelier van de kunstenaar in Oostende. 6 Vermits het schilderij onder auspiciën van de kunstenaar en bovendien door hemzelf werden geretoucheerd zou het in het kader van het materiaal-technische onderzoeksluik van het Ensor Research Project interessant zijn om het werk in kwestie terug te vinden en te onderzoeken. In Ensors briefwisseling komt het retoucheren van oudere schilderijen overigens meermaals ter sprake.

Dr. Herwig Todts

________

1 http://www.kmska.be/en/Onderzoek/Ensor/ERP_vernis.html geconsulteerd 16-9-2014.
2 http://www.kmska.be/nl/Onderzoek/Ensor/ERP_RestauratieDeVerbazingVanHetMaskerWouse.html?_language=nl geconsulteerd 19-9-2014
3 James Ensor. Lettres, Archives du futur, (ed. Xavier Tricot), Brussel: Editions Labor, 1999, p. 236. Uit een brief van Ensor aan Léon Deschamps van 26 november 1898 (idem, p. 225) blijkt dat Ensor de etsen en tekeningen voor de tentoonstelling ingelijst achter glas aan La Plume heeft bezorgd en dat hij daarnaast, voor de verkoop, ook 3 niet ingelijste reeksen etsen bezorgt.
4 Ensor aan Cléomir Jussiant, 26-06-1927; Ensor aan Cléomir Jussiant, 11-09-1927; Ensor aan Cléomir Jussaint, 16-09-1927; Ensor aan Cléomir Jussiant, 19-09-1927, Ensor. Lettres, Archives du futur, (ed. Xavier Tricot), Brussel: Editions Labor, 1999, p. 461-464.
5 Idem, p. 463 en 464, Ensor herhaalt in de brief van 19-09-1927 “[…] la petite toile retouchée, mis sous verre. Elle fera, je crois, bon effet ainsi présentée […].”
6 Idem, 462 noot 1, Xavier Tricot meent dat het om het schilderij De kleine stoel (1880?, doek 40 x 30 cm voorheen verzameling Albin en Emma Lambotte, Antwerpen, heden KBC Bank) gaat. Maar Jussiant zou dit schilderij, in 1927, via de Antwerpse kunsthandelaar Jef Breckpot hebben gekocht uit de verzameling van Lambotte. Ensors brief aan Jussiant stelt expliciet dat het een van de twee kleine schilderijen betreft, die Jussiant tijdens een bezoek aan het atelier van de kunstenaar in Oostende, kocht. Zie Xavier TRICOT, James Ensor. Leven en werk. Oeuvrecatalogus van de schilderijen, Brussel: Mercatorfonds & Pandora Publishers, 2009, p. 187.
 

share

Correspondentieadres

Lange Kievitstraat 111-113 bus 100, B-2018 Antwerpen

T +32 (0)3 224 95 50