Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites.

Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Ensors krastechniek

print

Onder de 38 schilderijen die het KMSKA van Ensor bewaart, vinden we in meer dan de helft krassen in de verflaag. Krassen kunnen uiteraard het gevolg van ongelukkige handelingen zijn, het zijn dan schadegevallen. De kunstenaar zelf kan in de loop van het schilderproces onopzettelijk krassen aanbrengen. Misschien zijn ze hem achteraf ontgaan of vond hij dat ze al bij al niet echt stoorden. Maar af en toe treffen we ook krassen aan die doelbewust werden aangebracht om een welbepaald effect te realiseren. In deze bijdrage bespreekt restaurator Karen Bonne drie verschillende voorbeelden van Ensors krastechniek.

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, 1880, olieverf op doek, 101 x 81, KMSKA inv. nr. 2076.
James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, 1880, olieverf op doek, 101 x 81, KMSKA inv. nr. 2076.

In het Stilleven met chinoiserieën uit 1880 heeft Ensor enkele parallelle lijnen gekrast in een welafgebakende zone, met name in de voorgrond ter hoogte van het tafelkleed. Doorheen deze krassen komt de rode kleur van het onderliggende schilderij (een academische studie van een halfnaakte man) terug naar voren, tegelijk geven ze aan de plooi van een sjaal of een tapijt, een lichte illusie van volume.

Stilleven met chinoiserieën (detail): krassen waarbij kleur van onderliggende verflaag zichtbaar wordt Stilleven met chinoiserieën (detail): krassen waarbij kleur van onderliggende verflaag zichtbaar wordt

Stilleven met chinoiserieën (detail): krassen waarbij kleur van onderliggende verflaag zichtbaar wordt

Binnen de groep van 38 Ensorschilderijen in het museum lijken vanaf 1887 de krassen toe te nemen en een grotere variatie te vertonen. Vanwaar opeens die toename en verscheidenheid? Een mogelijke verklaring zouden we kunnen vinden in Ensors tekeningen en vooral prenten. In 1886 begint Ensor te etsen. Hij zal vooral met de ets- en drogenaaldtechniek experimenteren 1. Beide zijn diepdruktechnieken, waarbij de tekening in een koperen plaat wordt ingekrast. Alles wat weggekrast wordt, zal inkt opnemen en dus ook zichtbaar zijn in de uiteindelijke druk. Bij etsen wordt eerst een vernislaag op de plaat aangebracht. De tekening wordt in de vernis gekrast en dan wordt de plaat in een bad met zuren gedompeld. De onbedekte delen worden door het zuur uitgevreten. Vooral de drogenaaldtechniek, wat in feite het droog inkrassen van een tekening op een koperen plaat met een uiterst fijne naald inhoudt, vereist van de beoefenaar een vaste hand en trefzekerheid. Er is hier geen mogelijkheid tot correctie. Hoewel Ensor zelf vindt dat hij de technieken niet ten volle beheerst 2, geeft het hem toch vertrouwen en mogelijk inspiratie om verder te gaan in de schilderkunst:

‘In 1886 teken ik, direct op de plaat, marines die overvloeien van licht, en gezeefd door het scherm van goudbruine wolken komen de mooie lijnen tot stand, in één enkele staat en zonder correcties. Dan maakt zich een kinderlijke vreugde van mij meester en om die te tonen graveer ik mijn kathedralen, mijn intochten, mijn grappige duivels, mijn sarcastische maskers en –onsterfelijk nu dankzij Vrouwe Gravure – neem ik met vernieuwd vertrouwen het palet weer op en geef me over aan de frisse, pure kleuren.’ 3

James Ensor, Het afscheid van Napoleon, 1897, ets op papier, 120 x 190 mm, KMSKA inv. nr. 3278.   Het afscheid van Napoleon (detail)

LINKS: James Ensor, Het afscheid van Napoleon, 1897, ets op papier, 120 x 190 mm, KMSKA inv. nr. 3278 - RECHTS:  Het afscheid van Napoleon (detail)

Voor het inkrassen van de koperen plaat worden etsnaalden of droge naalden met een stalen of diamanten punt gebruikt. Er werden echter ook gewoon nagels en naalden gebruikt uit het gewone huis-, tuin- en keukenmaterieel. Vooral bij de drogenaaldtechniek kunnen de naalden snel verslijten en zelfs breken 4. De Franstalige Belgische schrijver Maurice Des Ombiaux was met Ensor bevriend en bezocht hem in de loop van de jaren 1890. Hij vertelt in een artikel gepubliceerd in het Franse tijdschrift La Plume in 1898, dat Ensor zonder voorbereidende tekening of kalk rechtstreeks aan het werk gaat. Ensor maakt daarbij, volgens Des Ombiaux, gebruik van een instrument dat veeleer een oude spijker lijkt te zijn dan de naald van een etser. Zo zou hij zijn beste landschappen en de reproductie van De intrede van Christus in Brussel (1898) hebben gegraveerd.
Op een detail van de etsafdruk van Het afscheid van Napoleon (staat 2/2, 1897) zien we de grote verscheidenheid in lijnvoering, van zeer fijne en zachte lijnen tot harde en zelfs zigzaglijnen. Het doet zeer ongedwongen, bijna schetsmatig, maar uiterst trefzeker aan.

Onder de schilderijen uit de jaren na 1886 is er een waaraan we hier bijzondere aandacht moeten verlenen, met name Man van Smarten, uit 1891. Daar heeft Ensor een groot deel van de verflaag bewerkt door ze in te krassen.

James Ensor, Man van Smarten, 1891, olieverf op paneel, 20 x 15.5, KMSKA inv. nr.3320.
James Ensor, Man van Smarten, 1891, olieverf op paneel, 20 x 15.5, KMSKA inv. nr.3320.

In tegenstelling tot de graveertechniek, waar alles wat ingekrast is bij het uiteindelijke drukken inkt zal opnemen, wordt hier door het krassen verf terug weggenomen. Dit krassen gebeurde in de nog natte verf, wat zorgt voor lijnen met zachte randen, die veelal tot op de grondlaag lopen. Het geheel wordt gekenmerkt door een zeer vlotte lijnvoering, zoals we kunnen zien in de snor en haren van de Christusfiguur, en getuigt van een trefzekere hand, bijvoorbeeld in de accenten ter hoogte van de neus. In de haren accentueren de lijnen de golving; sommige kleuren, waaronder de gele en oranje tinten werden na het inkrassen aangebracht.

Man van Smarten (detail) strijklicht (RL): accenten op neus en snorharen Man van Smarten, (detail) haren onder stereomicroscoop (x8)

LINKS: Man van Smarten (detail) strijklicht (RL): accenten op neus en snorharen - RECHTS:  Man van Smarten (detail) haren onder stereomicroscoop (x8)        

Net zoals bij de ets zien we hier ook soms kriskraslijnen, die met elkaar verbonden zijn en in één vlotte beweging lijken aangebracht.

Man van Smarten, (detail) haren onder stereomicroscoop (x16)
Man van Smarten (detail): haren onder stereomicroscoop (x16)

Voor het inkrassen van de verflagen heeft Ensor geen gebruik gemaakt van graveerinstrumenten. Die zouden een veel hardere lijn veroorzaakt hebben en daarenboven de grondlaag beschadigd hebben. De kunstenaar heeft hiervoor waarschijnlijk de achterkant van zijn penselen gebruikt, die een afgeronde punt hebben. We kunnen diverse lijndikten onderscheiden op verschillende schilderijen, dus naargelang het effect dat de kunstenaar wou bereiken koos hij het passende formaat penseel. Op Schilderend geraamte (1896) toont Ensor overigens een “kunstenaar” die met zijn penseel omgekeerd in aanslag staat voor de schildersezel. Op één werk lijkt de kunstenaar toch een naald gebruikt te hebben, afgaande van de fijne markeringslijnen. Dit is het geval in Zicht op Phnosië. Lumineuze golven en vibraties uit 1890. De ingekraste lijnen beperken zich tot een drietal gevels in de rij, waarbij de ramen en de dakgoot zijn ingekrast.

James Ensor, Zicht op Phnosië. Lumineuze golven en vibraties, (1890), olieverf op doek, 32.3 x 75.3, KMSKA, inv. nr. 2780: de witte markeringslijne zijn aangebracht met Photoshop.
James Ensor, Zicht op Phnosië. Lumineuze golven en vibraties, (1890), olieverf op doek, 32.3 x 75.3, KMSKA, inv. nr. 2780: de witte markeringslijnen zijn aangebracht met Photoshop.

De lijnvoering is hier veel minder vlot, we zien de haperingen duidelijk op het beeld onder de stereomicroscoop en ook de afrondingen van de ramen zijn een stuk minder vloeiend.

Zicht op Phnosië. Lumineuze golven en vibraties (detail): onder stereomicroscoop (x16)
Zicht op Phnosië. Lumineuze golven en vibraties (detail): onder stereomicroscoop (x16)


Karen Bonne

______

1 R. HOOZEE, S. TAEVERNIER-BOWN, J.F. HEIJBROEK, James Ensor. Tekeningen en prenten, Antwerpen: Mercatorfonds, 1987, p. 187 e.v.
2 Idem, p. 99
3 Ensor, Mes Ecrits in N. HOSTYN, Ensor. De verzameling van het museum voor schone kunsten Oostende, Ludion, 1999.
4 F. van der Linden, De grafische technieken, Cantecleer bv, de Bilt, 1990, p. 117.
M. DES OMBIAUX, ‘Avec quelques écrivains nous nous réunissons chaque jour …’, in James Ensor. Peintre et graveur. Ouvrage orné de 111 illustrations …, Parijs: La Plume, 1899 (oorspronkelijk 1898), p. 74.

 

share

Correspondentieadres

Lange Kievitstraat 111-113 bus 100, B-2018 Antwerpen

T +32 (0)3 224 95 50