Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites.

Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Over loodwit en zinkwit

print

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen startte in juli van 2013 met het Ensor Research Project. De onderzoekers van het project zullen geregeld artikels publiceren over hun bevindingen. In dit artikel gaan ze dieper in op het gebruik van loodwit en zinkwit in Ensors Stilleven met chinoiserieën

Stilleven met chinoiserieën (1906)

James Ensor , Stilleven met chinoiserieën, (1906)

In 2012 promoveerde Geert Van der Snickt aan de Universiteit Antwerpen tot doctor in de Conservatie-Restauratie met een onderzoek naar de identificatie van de pigmenten in Ensors schilderijen (aan de hand van X-ray fluorescentie analyses van 65 schilderijen in de verzameling van het KMSKA, de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel, Mu.Zee in Oostende en de voormalige Dexia-verzameling (Belfius)). Dr. Van der Snickt stelde vast dat alle onderzochte schilderijen van Ensor loodwit bevatten. Enkel in Ensors schilderijen uit zijn studietijd (1875-80) én in de schilderijen van na 1900 vond Van der Snickt aanzienlijke hoeveelheden zinkwit. Zinkwit werd in de loop van de tweede helft van de 19de eeuw geleidelijk aan aangewend als een alternatief voor het giftige loodwit. Maar omwille van de grotere dekkracht en het stabiele drogen bleven veel kunstschilders toch loodwit gebruiken.

Karen Bonne, projectmedewerker van het Ensor Research Project, legt uit:

Waarom zinkwit?
Karen Bonne: "Wellicht gebruikte de jonge Ensor, ongeveer van zijn vijftiende tot zijn twintigste, verf van studiekwaliteit, waarin duurdere pigmenten dikwijls werden vervangen of aangevuld met goedkopere alternatieven, waaronder zinkwit."

Het onderzoek wijst uit dat Ensor in Stilleven met chinoiserieën (1906) vertrekt van een loodwitgrondlaag of grondering, zoals bij de meeste van zijn schilderijen, maar hij bedekt die grotendeels met een zinkwitlaag. Waarom?
Karen  Bonne: "Vermoedelijk om te spelen met subtiele kleurvariaties. Zinkwit is kouder dan loodwit en heeft een grijsblauwe toon. Bovendien was zinkwit goedkoper dan loodwit en dat speelt zeker mee als je een groot oppervlak wil bedekken."

Hoe weten we dit nu allemaal?
Karen  Bonne: "Sommige pigmenten hebben een heel typerende fluorescentie onder UV-licht. Zinkwit is daar een goed voorbeeld van. Het heeft een sterke groenblauwe fluorescentie. Als we het schilderij onder een UV-bron bekijken, dan is die blauwgroene fluorescentie vrijwel op het gehele oppervlak te zien. Zo weten we dat de kunstenaar bijna overal zinkwit heeft gebruikt."

Hoe gaat Ensor hier nu te werk?
Karen  Bonne: "Door details te bekijken krijg je meer precieze informatie over de opbouw of volgorde van de verschillende verflagen.

  Stilleven met chinoiserieën (detail)   Stilleven met chinoiserieën (detail) UV-opname
Stilleven met chinoiserieën (1906), detail UV-opname Stilleven met chinoiserieën (1906), detail
 

Als we het rare mannetje helemaal rechts op het schilderij onder UV-licht bekijken zien we duidelijk het verschil tussen lood- en zinkwit. De rode lijn geeft de grens aan met de grondering in loodwit. Dus het zinkwit zit bijna tot de rand van het doek. De groenblauwe lijntjes die we in het figuurtje opmerken komen overeen met de barstjes of craquelures in het verfoppervlak. Dit betekent dat het figuurtje op een laag zinkwit is geschilderd en niet rechtstreeks op de grondlaag.

  Stilleven met chinoiserieën (detail)   Stilleven met chinoiserieën (detail) UV-opname
Stilleven met chinoiserieën (1906), detail UV-opname Stilleven met chinoiserieën (1906), detail
 

Op het tweede detail zie je naast de vaas een groepje met een vrouw en een leeuw. Onder UV-licht wordt de hele achtergrond groenblauw. Dat wijst op het gebruik van zinkwit. Bij gewoon licht kan je zien dat Ensor dit wit opwerkt met roze en blauwe toetsen. Onder de stereomicroscoop kunnen we zien dat hij dat deed toen de witte laag nog niet droog was, waardoor de kleuren zich als het ware op het doek vermengen. Deze techniek noemen we ook wel nat in nat. Het wit van het gezicht en de armen van de vrouw is loodwit want het reageert helemaal anders onder UV-licht. Dit is zo bij alle objecten op dit stilleven. Dus hier gebruikt Ensor voor het uitwerken van details toch weer loodwit."

Meer over het schilderij

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, (1906)
Olieverf op doek, 79 x 98 cm, r.o.: ENSOR, inv. nr. 1959.
Geschonken aan het museum door de erfgenamen Alphonse Aerts, 1924.

Van dit schilderij bestaan nog twee wat kleinere, nagenoeg identieke versies. Het ene in het Museum Dhondt-Daenens in Deurle is gesigneerd en gedateerd 1907, het tweede is gesigneerd en gedateerd 1908 en wordt bewaard in een privéverzameling. In de catalogus die Ensor eigenhandig opstelde voor de monografie van Emile Verhaeren (1908) wordt respectievelijk onder 1906, 1907 en 1908 telkens een Stilleven met chinoiserieën vermeld. Het is moeilijk uit te maken of het om drie min of meer zelfstandige weergaven van een nagenoeg identieke uitstalling van allerlei voorwerpen uit het Verre Oosten gaat, dan wel of de versies van 1907 en 1908 herhalingen zijn van het schilderij van 1906.
 

share

Correspondentieadres

Lange Kievitstraat 111-113 bus 100, B-2018 Antwerpen

T +32 (0)3 224 95 50