Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites.

Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

De restauratie van de Verbazing

print

In september 2012 startte het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen de conservatie-restauratiebehandeling van één van de meest symbolische en tot de verbeelding sprekende werken van James Ensor: Verbazing van het masker Wouse, gesigneerd en gedateerd 1889 1. In dit artikel vertelt restaurator Laure Mortiaux hoe dit restauratieproject geleid heeft tot een beter begrip van zowel de techniek van de schilder, als de materiële geschiedenis van het werk en de verschillende behandelingen die het schilderij – zoals als het merendeel van de werken van Ensor uit de verzameling van KMSKA - heeft ondergaan.

James Ensor, De Verbazing van het Masker Wouse , doek, 109 x 131 cm, KMSKA, inv. 2042.

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse, doek, 109 x 131 cm, KMSKA, inv. 2042

James Ensor schilderde De verbazing van het masker Wouse in de meest creatieve periode uit zijn carrière: tussen 1885-1890. Op hetzelfde moment als De intrede van Christus in Brussel (252,5 x 430,5 cm, olieverf op doek, Los Angeles, J. Paul Getty Museum), zoals we op deze foto van het atelier van de kunstenaar kunnen zien.

James Ensor in zijn atelier, werkend aan De intrede van Christus in Brussel naast De verbazing van het masker Wouze, Anoniem, (1888 of 1889). Oostende, Mu.ZEE, Fonds X. Tricot

James Ensor in zijn atelier, werkend aan De intrede van Christus in Brussel naast de Verbazing van het masker Wouse, Anoniem, (1888 of 1889). Oostende, Mu.ZEE, Fonds X. Tricot

Hij heeft het werk met olieverf op een industrieel geprepareerd linnen geschilderd. Het doek is op een vurenhouten spieraam gespannen dat niet origineel lijkt te zijn. De picturale techniek van Ensor is vrij eenvoudig. Hij schildert op een vlugge en nerveuze manier, en maakt gebruik van spatels, paletmessen en penselen van verschillende formaten om de mogelijkheden van olieverf ten volle te exploiteren. Dunne, semi-transparante tonen, waarbij hij op sommige plaatsen de grondering zichtbaar laat, wisselt hij af met impasto’s van verschillende diktes. Hij plaatst verschillende plannen tegenover elkaar. Eerst borstelt hij de achtergronden op een zeer vloeibare manier in. Daarna brengt hij met harde bostels de figuren aan, waardoor de nerveuze penseelstreken in allerlei richtingen zichtbaar worden.

Detail van de dunne en semi-transparante picturale laag Detail van de impasto's

Detail van een masker boven op de decors

LINKS BOVEN: Detail van de dunne en semi-transparante picturale laag - RECHTS BOVEN: Detail van de impasto’s  ONDER: Detail van een masker boven op de decors

Enkele wijzigingen die Ensor in de loop van het realisatieproces aanbracht, zijn zichtbaar in het infraroodbeeld van het schilderij.

Detail van De verbazing van het masker Wouse Detail infraroodbeeld van de wijzigingen in de loop van het realisatieproces : De vorm van een schoen is duidelijk merkbaar onder het blauw-roze kleed van Wouse
Detail infraroodbeeld van de wijzigingen in de loop van het realisatieproces : De vorm van een schoen is duidelijk merkbaar onder het blauw-roze kleed van Wouse

Het palet van Ensor, dat door   Geert Van der Snickt  2 met XRF (X-straal fluorescentie) bestudeerd werd, is typerend voor de periode waarin de kunstenaar dit werk maakte. Hij gebruikte overwegend zuivere kleuren; vermiljoen, chroomgeel, kobaltblauw, smaragd- of Scheele’s groen, loodwit en aardepigmenten en slechts zelden mengsels.

Het merendeel van Ensors werken uit deze periode lijkt oorspronkelijk niet vernist te zijn. De meesten kregen een vernislaag tijdens latere restauratie-ingrepen, zoals ook hier het geval is. Onder de microscoop is duidelijk te zien dat de vernis zich in de craquelures bevindt. Er werden geen resten van een oudere vernis teruggevonden. Verbazing van het masker Wouse, sinds 1926 in het bezit van het KMSKA 3, werd eerder al gerestaureerd in 1956 4. Het werd toen bedoekt met een linnen doek, geïmpregneerd met een was-hars mengsel, en vernist. Deze oude doublering heeft enkele beschadigingen in de picturale laag tot gevolg gehad. Zoals platgedrukte impasto’s door de strijkbout en opeenhoping van wasresten langs de randen. Daarnaast zien we verschillende krassen - mogelijk veroorzaakt door het gebruik van een scalpel - afgesneden randen, enkele oude scheuren en retouches,… Met de tijd zijn daar nog enkele lacunes, sporen van slijtage en krassen bijgekomen. De dikke en glanzende vernislaag, die na de doublering onregelmatig werd aangebracht, vergeelde sterk, wat het subtiele kleurenspel, zo eigen aan Ensors werken, alsook de volumewerking en de diepte van dit werk verstoort.

Onder de vernislaag is er een regelmatige onderliggende grijze laag aanwezig. Dit soort van grijze laag werd eerder ook al vastgesteld op andere schilderijen van Ensor, onder andere op De intrige 5,  Maskertoneel 6  en  Val van de opstandige engelen 7. Gaat het hier effectief om een vuillaag? Of is het een originele laag die door de schilder werd aangebracht? In een online artikel dat recent verscheen citeert Herwig Todts de uitleg van Ensor over het “reinigen” van zijn schilderijen met regenwater om het verniseffect na te bootsen 8. Zou dit bewerken van de verflaag met een natte spons een link kunnen hebben met deze grijze laag op het oppervlak?

Gelijkaardige vragen kwamen naar boven toen we de verflaag onder de microscoop bekeken: over het gehele oppervlak van het schilderij (vooral rond de impasto’s) zijn er doorzichtige en ronde aggregaten/balletjes te zien, die sterk hechten aan de picturale laag. Gaat het hier om een aftakeling van de picturale laag, die te wijten is aan de vroegere restauratiebehandeling? Een reactie als gevolg van water of toevoeging van warmte tijdens de doublering ? Een overblijfsel van een aangebracht product? Is er ook sprake van degradatie van de verflaag? Gaat het hier om metaalzepen?
Op het eerste zicht, onder de microscoop bestudeerd, zouden het metaalzeepaggregaten/protrusies kunnen zijn: lood- of zinkzepen. Volgens specialisten die dit fenomeen bestuderen, zijn deze protrusies het resultaat zijn van chemische wijzigingen in de samenstelling van de verflagen of van de grondlaag die loodwit of zinkwit vermengd met olie bevat. De zeepmassa's groeien en stijgen in volume tot zij uiteindelijk door de picturale laag breken. In dit stadium van onze studie, hebben wij nog geen verdere informatie omtrent deze aggregaten. De hypothese van aanwezigheid van metaalzepen wordt nog verder bestudeerd op monsters die werden genomen in de betreffende zones.

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse, detail

Macrofotografie van de onderlinge grijze laag, onder de vernislaag Macrofotografie van de balletjes/aggregaten, na de vernisafname
BOVEN: James Ensor, Verbazing van het masker Wouse (detail) - LINKS ONDER: Macrofotografie van de onderliggende  grijze laag, onder de vernislaag - RECHTS ONDER: Macrofotografie van de balletjes/aggregaten, na de vernisafname

De restauratiebehandeling van het schilderij bestond in eerste instantie uit een vernisafname met een mengsel van organische oplosmiddelen. Enkele kleurpartijen, met name de rode partijen (vermiljoen + rode lak (?)), waren gevoelig voor de oplosmiddelen. De gevoeligheid van de rode verfpartijen op de hoogste delen van de impasto's is wellicht te wijten aan het feit dat het pigment oorspronkelijk te weinig omhuld was met bindmiddel, maar ook aan de verplettering door het strijkijzer tijdens de verdoeking. De roden zijn van nature reeds gevoelig . De verdoeking heeft die gevoeligheid nog versterkt. Omwille van die gevoeligheid en de dikte van de vernislaag, hebben we het schilderij gereinigd met een systeem van solventkompressen. Dankzij deze vernisafname heeft de  Verbazing van het masker Wouse opnieuw aan diepte gewonnen.

Details tijdens de vernisafname Details tijdens de vernisafname
Details tijdens de vernisafname

De wasresten en de oude retouches, die over het origineel liepen, hebben we met een scalpel verwijderd onder de microscoop. De lacunes en slijtages hebben we gevuld en geretoucheerd om het werk beter leesbaar te maken. Dit met respect voor de materiële geschiedenis van het schilderij.

Detail van een scheur na de verwijdering van de oude retouches Detail tijdens de vulling van de lacunes Detail na retouche
LINKS: Detail van een scheur na de verwijdering van de oude retouches - MIDDEN: Detail tijdens de vulling van de lacunes - RECHTS: Detail na retouche

Omdat de analyses nog lopen, hebben we het geheim van de grijze laag en de doorzichtige aggregaten nog niet kunnen achterhalen. Aangezien de grijze laag vrij regelmatig en weinig storend is, werd beslist om deze te behouden. Mocht blijken dat het om een vuillaag gaat, dan kan de grijze laag later nog verwijderd worden. Verder was het gebruik van water (en / of warmte) gedurende de restauratiebehandelingen omwille van de eventuele aanwezigheid van metaalzepen in de verflaag, sterk af te raden 9.

James Ensor, De verbazing van het masker Wouse (na behandeling)

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse (na behandeling)

Laure Mortiaux

Reageren?

U beschikt over onbekende informatie, u hebt kritische op- of aanmerkingen of u wenst te reageren op een artikel van het Ensor Research Project? Laat dan uw gegevens achter via ons online formulier.

_____

1 Tricot, X., James Ensor. Oeuvrecatalogus van de schilderijen, Mercatorfonds/Pandora, Brussels, 2009. (n°289)
Herkomst : Collectie Paul Desmeth, Collectie Elie Burthoul, Collectie Joseph Burthoul.
Tricot, X., Wie verschuilt zich achter het masker in De verwondering van het masker Wouse?, Webpublicatie, http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/nl/onderzoek/webpublicaties/wie-verschuilt-zich-achter-het-masker-in-de-verwondering-van-het-masker-wouse. Tricot vraagt zich af of het hoofdpersonage, Wouse, een alter ego is voor Ensors autoritaire moeder, zijn tante of grootmoeder. Hij herinnert eveneens aan het feit dat een van de hoofdpersonages in de roman van Henry Fielding (1701-1754), Joseph Andrews, Mrs. Tom-wouse is, een harteloze feeks.
2 Van der Snickt, G., James Ensor’s pigments studied by means of portable and synchroton radiation-based X-ray techniques : evolution, context and degradation, Proefschrift, Universiteit van Antwerpen, 2012. pp. 332-333.
3 22 maart 1926 : aangekocht door het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen aan de G. Giroux Galerie, Brussel.
4 Restauratie door C. Bender, brief van 25 maart 1956, RES 348, archief KMSKA.
5 De Intrige, olieverf op doek, 1890, KMSKA, n°1856, gerestaureerd in 2005.
6 Het maskertoneel, olieverf op doek, 1890, KMSKA, n°1855 gerestaureerd in 2009.
7 De val van de opstandigen engelen, olieverf op doek, 1890, KMSKA, n°2176 gerestaureerd in 2013.
8 Todts, H., Ensor over het gebruik van vernis, http://www.kmska.be/nl/Onderzoek/Ensor/ERP_vernis.html
9 Keune, K., Op.cit., 2005, 178-179. (http://dare.uva.nl/pt/record/161024)
 

  share

Correspondentieadres

Lange Kievitstraat 111-113 bus 100, B-2018 Antwerpen

T +32 (0)3 224 95 50