Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites.

Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Stilleven over de studie van een halfnaakt model

print

Net als zijn tijdgenoten hergebruikte James Ensor zijn schildersdoeken regelmatig. In dit artikel gaat restaurator Karen Bonne na hoe hij daarbij te werk ging.

James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, KMSKA

1. James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, foto onder normaal licht

Bij het merendeel van zijn schilderijen heeft James Ensor ervoor geopteerd om doek te gebruiken. Deze drager laat zich vlot bewerken en is bovendien makkelijk te hanteren en te stockeren. Daarenboven was kwaliteitsvol hout voor werken van groot formaat moeilijk te vinden en zeer duur. Doek werd in diverse variëteiten aangeboden door handelaars in schildersmaterialen en kon op rollen of reeds opgespannen op een raam aangekocht worden. Met of zonder grondlaag, afhankelijk van de voorkeur van de kunstenaar. Over de aard en samenstelling van deze dragers zullen we het in een later artikel nog uitgebreid hebben. In dit artikel willen we de aandacht vestigen op een praktijk die ook door Ensors tijdgenoten werd toegepast: het hergebruiken van doeken. We gaan hier voorbij aan de enkele keren dat Ensor op de rugzijde van een ouder doek een nieuwe voorstelling heeft geschilderd, zoals Het Domein van Arnheim (naar Edgar Allan Poe, 1890, Privéverzameling) dat op rugzijde van een studie van een halfnaakt model aan de academie werd geschilderd. 1 Evenmin bespreken we de merkwaardige gedeeltelijke herwerkingen van oudere composities tot nieuwe voorstellingen die Marcel De Maeyer al in 1963 publiceerde. 2

In 2008 haalde het schilderij Grasgrond (Engelse titel: Patch of Grass) van Vincent Van Gogh 3 de wereldpers toen onderzoekers onder leiding van professor Koen Janssen (Universiteit Antwerpen) en dr. Joris Dik (Technische Universiteit Delft) er een vrouwenportret onder ontdekten. 4 Dat Van Gogh zijn schilderijen hergebruikte en vaak zowel de voor- als achterzijde van zijn doeken beschilderde was reeds langer bekend. 5 Maar voor het eerst slaagden onderzoekers erin om het verborgen schilderij in kleur aan het licht te brengen. Bij aanvang van het Ensor Research Project was bekend dat onder één van Ensors stillevens een naaktportret verscholen zat. Dat is reeds met het blote oog waarneembaar door het transparanter worden van de verflaag. Uit het verdere onderzoek bleek echter dat dit geen uitzondering was. Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen bezit 38 Ensorschilderijen, waarvan 32 op doek. Na de eerste fase van het onderzoek kunnen we ten minste vijf schilderijen aanduiden die een ouder werk verbergen. Met uitzondering van het zelfportret, Ensor voor zijn schildersezel uit 1890 (?), gaat het om werken uit de beginperiode van Ensors carrière: 1880-1881, net nadat hij de Academie te Brussel verlaten had. We zouden daarom kunnen aannemen dat het hergebruiken van doeken vooral vanuit financiële overwegingen gebeurde. Dit was zeker het geval bij Vincent Van Gogh, die echt op grote schaal doeken hergebruikte. Zonder verder onderzoek van een grotere groep werken uit een zo breed mogelijke periode binnen de carrière van Ensor valt hier echter moeilijk een conclusie uit te trekken. Een evenzeer plausibele verklaring zou kunnen zijn dat de kunstenaar niet tevreden was over de kwaliteit van bepaalde werken die hij aan de Academie had gemaakt en dat hij die daarom vernietigde door ze te overschilderden.

We kunnen uit het bestuderen van deze werken veel leren over de werkwijze van de kunstenaar. Zo werd duidelijk dat Ensor er niet voor opteerde om het gehele verfoppervlak te bedekken met een egale kleur, maar dat hij rechtstreeks bovenop het oude werk schilderde. Ook lijkt hij de onderliggende verflaag maar zelden te hebben weggekrast. Dat was nochtans een gangbare praktijk bij zijn tijdgenoten. Van Gogh gebruikte beide technieken vanaf eind 1886 regelmatig. 6 Daarnaast valt op dat het voor de kunstenaar geen verschil maakte of het oorspronkelijke werk verticaal of horizontaal was opgevat. Het merendeel van deze schilderijen draaide Ensor in de andere richting vooraleer hij ze overschilderde. Uit het voorgaande blijkt dat Ensor zich bij de opbouw van het nieuwe werk niet stoorde aan de nochtans compleet andere onderliggende compositie die tijdens het schilderproces toch duidelijk zichtbaar moet zijn geweest. Een dergelijke manier van werken veronderstelt dat je als kunstenaar heel goed abstractie kan maken van de bestaande voorstelling op het doek en dat je heel duidelijk voor ogen hebt wat je wil creëren.

Naaktportret

Wanneer we het schilderij Stilleven met Chinoiserieën uit 1880 van naderbij bekijken, ontwaren we achter de vaas met de Chinese waaier de contouren van een oude man. Vooral zijn rechterschouder en neusbrug zijn duidelijk zichtbaar. Op de onderstaande foto werden deze in Photoshop met behulp van een lijn aangeduid.

  James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, KMSKA

2. James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, foto onder normaal licht met aanduiding van de contouren van de eerste compositie

Ensor gebruikte een deel van de reeds bestaande grijsbruine achtergrondkleur in zijn nieuwe compositie en bedekte de figuur slechts in zeer minieme mate met losse borstelstreken in een sterk verdunde verf. Dat we de naakte man vandaag zo duidelijk zien ligt aan de veroudering van de verflagen en de fysische eigenschappen van olieverf. Verf kan na verloop van tijd transparanter worden en in combinatie met het zware craquelurepatroon wordt dat effect nog versterkt. 

Detail van krimpscheuren onder stereomicroscoop

3. Detail van krimpscheuren onder stereomicroscoop (8x)

Op het microscopisch beeld van een detail, dat is aangegeven met een cirkeltje in het totaalbeeld onder normaal licht; wordt duidelijk hoe sterk dit patroon het beeld vervormt. Dit soort reacties in de verflaag ontstaan wanneer een bovenliggende laag een kleiner aandeel olie bevat dan de onderliggende laag, die nog niet volledig is uitgehard. De olie zit dan als het ware gevangen tussen de twee lagen en zoekt een weg naar buiten, waardoor jeugdbarsten of krimpscheuren ontstaan.

James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, RX-opname

4. James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, RX-opname

Dankzij de opnames onder röntgen- of X-stralen krijgen we een beter beeld van de onderliggende compositie. Het gaat duidelijk om een oude man met baard, in profiel. De geschilderde huidskleur bevat een groot aandeel loodwit, en dit pigment laat heel weinig röntgenstraling door, wat de witte kleur op de foto verklaart. Daardoor kunnen we het bovenlichaam van de man zo goed onderscheiden. Vooral omdat er in de tweede compositie, het stilleven, op die plaats weinig loodwit werd gebruikt.  De röntgenopname geeft ons echter geen informatie over het onderlichaam van de man. Daarom werd het gehele verfoppervlak centimeter voor centimeter bekeken onder de stereomicroscoop. Hierdoor weten we dat de overheersende onderliggende kleur een diep rood was, hoogstwaarschijnlijk van een lendendoek. Zulke composities waren typisch academisch en de voorbeelden ervan zijn dan ook legio. Zelfs binnen Ensors oeuvre vinden we gelijkaardige voorstellingen. Eén daarvan komt wel heel dicht in de buurt van de verborgen voorstelling. Het werk bevindt zich in de collectie van Mu.Zee te Oostende en toont een oude man met ontbloot bovenlijf. Het is niet ondenkbaar dat het hier om dezelfde man gaat die in de Academie van Brussel model stond voor de studenten. 

________

1 Niet gepubliceerde observatie dd. april 1990, meegedeeld door Herwig Todts.
2 Marcel DE MAEYER, De genese van masker-, travestie- en skeletmotieven in het oeuvre van James Ensor, in: Bulletin des Musées Royaux des Beaux-Arts de Belgique / Bulletin van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, (Brussel 1963), pp. 69-88.
3 Vincent Van Gogh, Grasgrond, 1887, Kröller-Müller Museum, Otterlo
4 Joris DIK, Koen JANSSENS, Geert VAN DER SNICKT, Luuk VAN DER LOEFF, Karen RICKERS, Marine COTTE, Visualization of a lost painting by Vincent van Gogh using synchrotron radiation based X-ray fluorescence elemental mapping, in: Analytical chemistry, n°16, 2008, pp. 6436-6442.
5 Vrij gebaseerd op onderzoek gepubliceerd in tentoonstellingscatalogus Marije VELLEKOOP, e.a., Van Gogh aan het werk, Van Gogh Museum Publicaties, 2013
6 Vrij gebaseerd op onderzoek gepubliceerd in tentoonstellingscatalogus ‘Van Gogh aan het werk’ (1/05/13 – 12/01/14)

 

share

Correspondentieadres

Lange Kievitstraat 111-113 bus 100, B-2018 Antwerpen

T +32 (0)3 224 95 50