Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites.

Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Het palet van Ensor

print

Het palet van een schilder zegt veel over hoe hij te werk ging. In dit artikel plaatst restaurator Karen Bonne enkele paletten uit de collectie van het museum naast paletten die afgebeeld staan op schilderijen van o.a. James Ensor. Want ook daar valt veel uit af te leiden.

Materiaal-technisch onderzoek houdt naast de analyse en de beschrijving van de techniek van een kunstenaar ook in dat er op zoek gegaan wordt naar de materialen - de grondstoffen - die deze kunstenaar gebruikte. Daarvoor kunnen diverse onderzoeksmethoden aangewend worden. Gaande van het raadplegen van historische en kunsthistorische bronnen tot chemische analyses. Ook het gereedschap dat de kunstenaar gebruikte en dat bewaard is, kan een interessante bron aan informatie zijn 1. Het KMSKA bezit een tiental paletten van Belgische kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw. Die geven een mooi overzicht van de evolutie in paletopbouw, d.w.z. de organisatie van de verschillende kleuren (i.c. de verf zelf) op het palet. Hoewel ze heel wat informatie kunnen leveren over het kleurenpalet en de manier van werken van de kunstenaar, worden ze al te vaak over het hoofd gezien.

In 19de eeuwse kunstenaarshandleidingen, zoals Bouviers Manuel des jeunes artistes peintres et amateurs en peinture uit 1827, werd heel wat aandacht besteed aan de opbouw van het palet 2. Ook aan de academies werd de opzet van het palet onderwezen. Deze belangstelling voor paletten was nauw gelinkt aan de evolutie binnen de verfproductie. Door de introductie van de verftube in 1840 kon verf langer bewaard worden. Dat gaf aanleiding tot een ware explosie aan nieuwe kleuren, waarvan sommige van uiterst bedenkelijke kwaliteit. Dat maakte dat ook chemici op zoek gingen naar de ‘perfecte’ paletopbouw waarbij artistieke overwegingen en chemische stabiliteit hand in hand gingen 3.

M.P.L. Bouvier, paletopbouw (ca.1827)

M.P.L. Bouvier, paletopbouw (ca.1827)

Een sterk doorgedreven opbouw zoals Bouvier voorstelt werd op geen van de paletten van het museum aangetroffen, maar het palet van Ferdinand De Braekeleer I (1792-1883) illustreert wel mooi het “academische palet”.

  Ferdinand De Braekeleer, Zelfportret, 1854, olieverf op doek, 120,2 x 94,9, KMSKA

Palet van Ferdinand De Braekeleer

  
LINKS: Ferdinand De Braekeleer, Zelfportret, 1854, olieverf op doek, 120,2 cm x 94,9 cm, KMSKA inv. nr. 1510, © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens
BOVEN: Palet van Ferdinand De Braekeleer, KMSKA, Samenstelling (pXRFanalyse door Karen Bonne) loodwit, chroomgeel, diverse aardepigmenten op basis van ijzeroxide, kobaltblauw, Pruissisch blauw, ongeïdentificeerd rood, ijzeroxiderood
 

Een dergelijke opbouw vergt voorbereiding en veronderstelt een planmatige opbouw van het schilderij. Het laat bijvoorbeeld toe om de verschillende schakeringen voor huidpartijen al gebruiksklaar te vermengen tussen het wit en het rood op rij twee. Opvallend bij dit palet is de grote diversiteit aan aardepigmenten. Deze zullen in de loop van de 20ste eeuw sterk aan belang inboeten. Bij de impressionisten worden ze zelfs volledig van het palet verbannen. Dat is rechtstreeks het gevolg van een fundamenteel nieuwe artistieke opvatting: de Franse impressionisten reduceren de weergave van schaduwen. In een volgend “kunsthistorisch stadium” wordt het natuurgetrouw weergeven van de werkelijkheid zelf van ondergeschikt belang.

Het museum bezit geen palet van James Ensor, maar op vier van zijn schilderijen uit de collectie staat een palet afgebeeld: Portret van Willy Finch aan de schildersezel (1880 of ’82?), Portret van Théo Hannon (1881 of ’82?), Ensor voor de schildersezel (1890?) en Het schilderend geraamte (1895 of ’96).
De manier waarop schildersmaterialen - zoals paletten -  worden afgebeeld op schilderijen verschilt soms van de werkelijkheid. Toch kan men uit deze afbeeldingen heel wat afleiden. De eerste twee voorstellingen paletten in het werk van Ensor geven een vrij realistische opzet weer. Vooral het palet van William Finch lijkt het best aan te sluiten bij het “academische palet”. De kleuren zijn aangebracht aan de randen en zijn vrij ingetogen, met een grote hoeveelheid aardepigmenten. Dit kleurenpalet is meteen ook typerend voor de werken van Ensor zelf aan het begin van de jaren 1880.

James Ensor, Portret van Willy Finch, 1880 of 1882, olieverf op doek, 50,2 x 32, KMSKA inv. nr. 2694

James Ensor, Portret van Willy Finch (detail)

  
LINKS: James Ensor, Portret van Willy Finch, 1880 of 1882, olieverf op doek, 50,2 cm x 32 cm, KMSKA inv. nr. 2694
BOVEN: James Ensor, Portret van Willy Finch (detail)
 

Een werk van de hand van Finch uit 1888 toont hoezeer zijn kleurenpalet geëvolueerd is, weg van de aardepigmenten, met een prominente plaats voor gele en groene schakeringen.

Willy Finch, Landschap in West-Vlaanderen, 1888, olieverf op doek, 61 x 98,7, KMSKA

Alfred William Finch, Landschap in West-Vlaanderen, 1888, olieverf op doek, 61 cm x 98,7 cm, KMSKA inv.nr. 1854, © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens

Die groene en gele schakeringen, die tot ver in de 19de eeuw dikwijls ontbraken op het palet van een kunstenaar, vinden we ook reeds terug op het geschilderde palet in het Portret van Théo Hannon uit 1881 of 82. Let ook op de zeer prominente plaats die wit inneemt op het palet. Ook dat is typerend voor het palet van Ensor, doorheen zijn hele carrière blijft wit zeer sterk aanwezig

James Ensor, Portret van Théo Hannon, 1882, olieverf op doek, 70,4 x 50,6, KMSKA

James Ensor, Portret van Théo Hannon, 1882, olieverf op doek, 70,4 x 50,6, KMSKA (detail)

LINKS: James Ensor, Théo Hannon, 1882, olieverf op doek, 70,4 cm x 50,6 cm, KMSKA inv. nr. 1854
BOVEN: James Ensor, Théo Hannon (detail)
 

Het palet op het zelfportret van Ensor voor de schildersezel uit 1890 (?) is veel minder realistisch uitgewerkt. De kleuren die erop liggen komen slechts gedeeltelijk terug in het zelfportret en ook op het schilderij dat op de ezel prijkt zijn kleuren terug te vinden die niet op het palet liggen.

James ENSOR, Ensor voor zijn schildersezel, 1890 (?), olieverf op doek, 58,5 x 40,5, KMSKA

James Ensor, Ensor voor zijn schildersezel, 1890 (?), olieverf op doek, 58,5 cm x 40,5 cm, KMSKA inv. nr. 2809

James ENSOR, Ensor voor zijn schildersezel, 1890 (?), olieverf op doek, 58,5 x 40,5, KMSKA (detail)

James Ensor, Ensor voor zijn schildersezel (detail)
James ENSOR, Ensor voor zijn schildersezel, 1890 (?), olieverf op doek, 58,5 x 40,5, KMSKA (detail)

Ensors “palet” in 1896

Een vergelijking van het palet van Karel Ooms met het palet afgebeeld in zijn zelfportret uit 1896 toont hoe getrouw hij zijn palet heeft weergegeven. Ook hier zijn er nog verschillende aardepigmenten aanwezig. De verf is opgezet langs de randen van palet, waardoor het midden van het palet vrij blijft voor het mengen.

Karel Ooms, Zelfportret, 1896, olieverf op doek, KMSKA Samenstelling (pXRF analyse Karen Bonne) loodwit, cadmiumgeel, diverse pigmenten op basis van ijzer, kobaltblauw, chroomgroen
LINKS: Karel Ooms, Zelfportret, 1896, olieverf op doek, KMSKA inv. nr. 1869, © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens  -   RECHTS: Samenstelling (pXRF analyse Karen Bonne) loodwit, cadmiumgeel, diverse pigmenten op basis van ijzer, kobaltblauw, chroomgroen

Het schilderend geraamte van Ensor is in hetzelfde jaar geschilderd en verschilt zeer sterk van het werk van Ooms, zowel in kleurgebruik als in paletopbouw. Hier zien we dat op het palet van Ensor de kleuren veel meer door elkaar lopen, iets wat ook op foto’s van Ensor in zijn atelier duidelijk zichtbaar is. De aardepigmenten zijn tot een minimum beperkt en geel en groen krijgen een belangrijkere rol toebedeeld.

James Ensor, Het schilderend geraamte, 1896, olieverf op doek, 37,7 x 46, KMSKA inv. nr. 3112

James Ensor, Het schilderend geraamte, 1896, olieverf op doek, 37,7 x 46, KMSKA inv. nr. 3112 (detail)

LINKS: James Ensor, Het schilderend geraamte, 1896, olieverf op doek, 37,7 x 46, KMSKA inv. nr. 3112 (detail)
RECHTS: Samenstelling (pXRF analyse Koen Janssens en Geert Van der Snickt): loodwit, cadmiumgeel, kobaltblauw, groen op basis van chroom, vermiljoenrood, aardepigment in combinatie met vermiljoen.

Om te achterhalen welke pigmenten Ensor hier heeft gebruikt voerden Geert Van der Snickt en professor Koen Janssens in 2011 punctuele metingen uit met pXRF 4. Daaruit blijkt dat de gebruikte kleuren, met uitzondering van de aardepigmenten, grotendeels overeenkomen met die op het palet van Karel Ooms. Daarnaast werd ook een XRF-scan gemaakt van het gehele verfoppervlak. Dankzij deze techniek krijgt men voor ieder chemisch element een afzonderlijk beeld. Hoe witter het beeld, hoe sterker het signaal van dat bepaalde chemische element. Dit laat toe om in te schatten hoe verspreid een bepaalde kleur is op het schilderij en in beperkte mate hoe de verftoetsen werden opgebouwd 5. Zo is in onderstaande details van twee scans te zien hoe het vermiljoenrood verspreid is over de gehele rechter zijde van het palet. Het kobaltblauw zit niet enkel in de met het blote oog waarneembare blauwe zones, maar ook in het groen.

  XRF-scan van het element kwik (Hg) – bestanddeel van vermiljoenrood   XRF-scan van het element kobalt (Co) - bestanddeel van kobaltblauw
LINKS: XRF-scan van het element kwik (Hg) – bestanddeel van vermiljoenrood - RECHTS: XRF-scan van het element kobalt (Co) - bestanddeel van kobaltblauw

De opbouw van de paletten die Ensor omstreeks 1880-82 afbeeldt, stemt nog steeds overeen met de “ academische paletopbouw” van een Ferdinand De Braekeleer of een Karel Ooms. In de paletten die Ensor in 1890 en 1896 afbeeldt zijn de traditionele of “academische” aardekleuren nagenoeg verdwenen. Het palet schijnt ook minder een instrument om verschillende kleuren te mengen tot een juiste tint of toon alvorens ze op het schilderij zelf aan te wenden. Het wordt eerder een tussenstation tussen de verftube en het schilderijoppervlak.

Karen Bonne

Reageren?

U beschikt over onbekende informatie, u hebt kritische op- of aanmerkingen of u wenst te reageren op een artikel van het Ensor Research Project? Laat dan uw gegevens achter via ons online formulier

______

K. BONNE, Historische schildersmaterialen als onderzoeksbron voor materiaaltechnisch onderzoek van laat 19de en vroeg 20ste eeuwse Belgische schilderkunst – Onderzoek naar paletten, verftubes, oude pigmenten, masterscriptie Academie Antwerpen, 2010
M.P.L. BOUVIER, Manuel des jeunes artistes peintres et amateurs en peinture, Levrault, 1827.
A.H. CHURCH, The chemistry of paints and painting, 1890, p. 16
G. VAN DER SNICKT, James Ensor’s pigments studied by means of portable and synchrotron radiation-based X-ray techniques: evolution, context and degradation, doctoraatsverhandeling UA, 2011
Prof. Dr. Koen JANSSENS en Dr. Geert VAN DER SNICKT, Universiteit Antwerpen
 

share

Correspondentieadres

Lange Kievitstraat 111-113 bus 100, B-2018 Antwerpen

T +32 (0)3 224 95 50