Sinds 1960 geeft het KMSKA een wetenschappelijk jaarboek uit.
Onlangs verscheen jaargang 2009 van het
Antwerp Royal Museum Annual, het wetenschappelijk tijdschrift dat vroeger
Jaarboek Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen heette. Vanaf 1960 kwam deze
publicatie tegemoet aan het verlangen om het museum een rol te laten spelen op het
wetenschappelijke forum. De redactie werd eerst waargenomen door
dr. Gilberte Gepts-Buysaert (1960-1967), daarna door
dr. Adolf Monballieu (1968-1982) en
Julien Vervaet (1983-1998).
Vanaf 1965 verschenen geregeld stijlkritische of op archiefonderzoek gebaseerde studies van
grote Vlaamse kunsthistorici zoals
Jozef Duverger,
Hans Vlieghe,
Erik Duverger en
Carl Van de Velde. In een latere fase publiceerden ook Franstalige wetenschappers
zoals
Cathéline Périer d’Ieteren en
Didier Martens bij herhaling in het jaarboek. Adolf Monballieu, verbonden aan het
KMSKA, publiceerde diverse studies rond
Bruegel en tijdgenoten, studies van blijvende waarde. Daarnaast bevatte het
jaarboek iconografische bijdragen zoals
Keith Moxey’s studie van
Beuckelaer (1976),
Paul Huvennes onderzoek naar het etnografisch belangrijke ‘kostuumboek’ van
Lambert De Vos (1978),
Ethan Kavalers artikel over
Bruegel (1986) en drie iconologische studies van
Leo Wuyts (1987).
Een nieuwe gedaante
Gedurende vier decennia was Nederlands de voertaal, met af en toe een anderstalig artikel van een buitenlands onderzoeker. Vanuit de Vlaamse bewustwording in die jaren is de keuze voor het Nederlands begrijpelijk. Helaas drongen deze studies zeer moeilijk of zelfs niet door tot de internationale wetenschappelijke gemeenschap. Daardoor bleef het kunsthistorisch onderzoek van het KMSKA buiten Vlaanderen en Nederland vaak onverdiend onbekend. Als gevolg daarvan dreigden de criteria om artikels al dan niet op te nemen te verslappen. In 1999 besloot de nieuwe museumdirecteur, dr. Paul Huvenne, om het roer om te gooien en het jaarboek in een nieuw gedaante te laten verschijnen. Een strengere inhoudelijke selectie was nodig en het jaarboek zou in het Engels verschijnen. Dr. Paul Vandenbroeck staat in voor de wetenschappelijke redactie. Drie verschijningsvormen werden aangehouden: bundelingen van studies rond één thema, monografische volumes en mengelingen met uiteenlopend opzet en onderwerp. Er kwam ook aandacht voor vernieuwende benaderingen naast de ‘klassieke’ kunsthistorische studies.
Thematische jaargangen
Naar aanleiding van opmerkelijke tentoonstellingen in het KMSKA verschenen thematische jaargangen rond Antoon van Dyck (1999), vrouwelijke kunstenaars (2002), en het Antwerpse maniërisme (2004-05). Deze bundelden de wetenschappelijke spin-offs van de tentoonstellingen Antoon van Dyck, Elck sijn waerom en Extravagant! In jaargang 2008 verscheen de studie van dr. Nico Van Hout rond 'dead colour' of doodverf. Andere volumes bundelen iconografische studies. Zo bevat de jaargang 2009 vier artikels, handelend vanuit diverse oogpunten, over dat vreemde verhaal in het evangelie waarin de ‘bloedvloeiende’ vrouw de zoom van Jezus’ kleed aanraakt om te genezen… Een nieuw kunsthistorisch paradigma gevoed door gender studies en andere benaderingen krijgt hier vorm, o.a. in een aantal andere recente bijdragen van een nieuwe generatie kunsthistoricae als Barbara Baert en Sofie Van Loo. De jaarboeken van het KMSKA bieden een grondige kennis van het canonieke en het ongewone kunsthistorische materiaal, een openheid voor uiteenlopende analyses, een oog voor het detail en voor grote internationale verbanden en een gevoeligheid voor gender-aspecten en voor de existentiële (‘antropologische’) geladenheid en de draagwijdte van het beeld.
De ingediende bijdragen worden onderworpen aan een kritische peer review door leden van de internationale editorial board. Deze bestaat uit : prof. dr. Barbara Baert, KU Leuven, prof. dr. Anna Bergmans, UGent, prof. dr. Elizabeth Honig, UC Berkeley, dr. Paul Huvenne, KMSKA, prof. dr. Brigitte Kurmann-Schwarz, Universtität Zürich, dr. Elizabeth McGrath, dr. Sabine van Sprang, KMSKB-MRBAB. Desgevallend kan de beoordelingsopdracht ook aan andere specialisten gevraagd worden.
