1823: Hollandse gulheid
Anders dan de Fransen waren de Hollanders iets guller van aard. Tijdens de Hollandse tijd (1815-1830) haalde de toenmalige heerser Willem I geen kunst weg uit Antwerpen, hij zorgde ervoor dat er schilderijen bijkwamen. Dankzij hem bezit het KMSKA vandaag werk van Titiaan en David Teniers II. Daarnaast was Willem de eerste die het museum een werk van een nog levende kunstenaar schonk. Eén van Mattheüs van Bree, de toenmalige directeur van de academie en het museum.
1840: Legaat van een ridder
In 1840 verrijkte het legaat of het testament van ridder Florent van Ertborn de museumcollectie op onschatbare wijze. De oud-burgemeester van Antwerpen had tijdens zijn leven verschillende kunstparels uit de 15de en de 16de eeuw verzameld. Sinds zijn schenking maken de kunstwerken van Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Hans Memling, Jean Fouquet (zie afbeelding), Simone Martini en Antonello da Messina deel uit van de museumcollectie. Ze vormen de kern van de verzameling oude schilderkunst.
1852: Museum van de Academiekers
Vanaf het midden van de 19de eeuw groeide vanuit de Academie de interesse voor kunst uit de eigen tijd. Daarop werd het 'Academische Corps' opgericht. Een beperkt aantal vooraanstaande kunstenaars uit binnen- en buitenland maakte deel uit van dat corps. Onder hen ook Jacques Louis David en Jean Auguste Dominique Ingres. Kunstenaars die net als hen wilden toetreden, moesten een werk en een portret afstaan aan het 'Museum van de Academiekers'. Zo kon het museum een opmerkelijke verzameling van 19de- eeuwse kunst uitbouwen.
1859: Legaat van een barones
Adelaïde Van den Hecke-Baut de Rasmon was barones, kunstliefhebster en bloedverwant van Florent van Ertborn. Ze volgde zijn voorbeeld en liet het museum na haar dood in 1859 tientallen werken na. Dat waren voornamelijk schilderijen van 17de-eeuwse Nederlandse meesters zoals Erasmus Quellinus II, Jan Fijt en Salomon van Ruysdael.
| Ga terug: De Sint-Lucasgilde | Lees verder: Artibus Patriae |
