Middenin de gezellige Antwerpse wijk ‘het Zuid’ vind je het grootste Museum voor Schone Kunsten van Vlaanderen. Het notoire 19de-eeuwse museumgebouw bestaat in 120 jaar in 2010. Een terugblik op het ontstaan van een kunsttempel.
In de 19de eeuw was Antwerpen aan een stadsuitbreiding toe. Door de opruiming van de stadswallen en een Spaans kasteel kwam er ten zuiden van het centrum een terrein van 49 hectare vrij. Vanaf 1875 plant de stad er een nieuwe wijk in met dokken, een station, kerken, een synagoge en enkele culturele gebouwen. Middenin de wijk moest een nieuw museum opreizen dat het oude museum van de Academie zou vervangen. Het Antwerpse stadsbestuur schreef twee ontwerpwedstrijden uit en bestudeerde tal van buitenlandse kunsttempels. Onder leiding van de architecten Jan Jacob Winders (1849-1936) en Frans Van Dijk (1853-1939) kon de bouw van het huidige museumgebouw in 1883 van start gaan. Zeven jaar later, op 11 augustus 1890, opende het museum zijn deuren.
Bouwproject met ambitie
De architecten moesten rekening houden met heel wat behoeftes en esthetische eisen. De zalen moesten een grote brandveiligheid en vooral veel licht hebben. Het museum moest over restauratieplaatsen, een vergaderzaal, kelders tegen calamiteiten, een moderne verwarmingsinstallatie en magazijnen kunnen beschikken. Het nieuwe museumgebouw moest kortom ambitieus én actueel zijn.
Mix van bouwstijlen
Het nieuwe museumgebouw combineerde verschillende bouwstijlen met elkaar. De voorgevel met zes Korinthische zuilen is erg klassiek. Een hoge basis van trappen geeft het gebouw de allure van een tempel. De zijgevels beschikken over vensters die de benedenzalen, oorspronkelijk bedoeld voor grafiek en beelden, voldoende moeten verlichten. Op de bovenste verdieping moest de collectie getoond worden, met als centraal hart de riante Rubenszaal. De monumentale trapzaal is een kopie van die in het oude museum. De grote schilderijenreeks van Nicaise De Keyser moest er immers exact inpassen. Voor de achtergevel vonden de architecten inspiratie in de Vlaamse renaissancestijl. Sculpturen die kunstdisciplines, -periodes en -beoefenaars voorstellen, luisteren het geheel op.
