Anthony van Dyck
Antwerpen 1599 - Blackfriars 1641
1635
olieverf op doek
115 x 208 cm
Inventarisnummer 404
Het lichaam van de dode Christus ligt bijna volledig uitgestrekt. Zijn hoofd rust op de schoot
van Maria. Voorzichtig tilt Johannes de levensloze hand van de Verlosser op. Hij toont twee engelen
de wonden die de nagels van het kruis achterlieten. De personages vullen het hele paneel, veel
plaats voor een stuk rots of drukkende bewolking is er niet. Het resultaat: een dramatisch, intiem
en sober tafereel.
Net als
Rubens en
Jordaens was
Anthony van Dyck één van de grootmeesters van de 17de-eeuwse Vlaamse
schilderkunst. Buiten de landsgrenzen was hij actief in Italië en Engeland, waar hij diverse
opdrachten van de adel kreeg. Als portretschilder genoot hij in heel Europa een enorme faam.
De bewening van Christus schilderde van Dyck voor de Italiaan Cesare Alessandro Scaglia,
graaf van Verrua en een drukbezet man. Naast graaf was hij immers ook abt, zakenman en
kunsthandelaar. Als diplomaat deed hij zelfs even zaken met Peter Paul Rubens. Toen Scaglia zwaar
ziek in Antwerpen arriveerde, liet hij een altaar oprichten in het minderbroederklooster waar hij
zijn laatste jaren doorbracht. Dit schilderij moest zijn graf sieren.
Werken voor Scaglia
De Bewening van Christus is niet het enige schilderij dat van Dyck voor Scaglia schilderde. Zo maakte hij van de Italiaan ook een portret dat eveneens deel uitmaakt van de collectie van het museum.
