Jan Brueghel I
Brussel 1568 - Antwerpen 1625
olieverf op paneel
101 x 76 cm
Inventarisnummer 643
Een in de hoogte uitgebalanceerd bloemenboeket vult het doek. Onder de keizerskroon - de oranje
bloem links - en de witte lelietak rechts zien we een veelheid aan bloemen in verschillende bloei-
en groeistadia. Van vergeet-mij-nietjes, tulpen en anjers tot irissen, korenbloemen en pioenrozen.
Eén voor één met liefde geschilderd, net als de vaas en de insecten onderaan. Helemaal natuurlijk
is het boeket niet. Er zijn namelijk geen overlappingen, zodat de toeschouwer elke bloem volledig
kan zien.
Met
Bloemen in een vaas doet
Jan Brueghel I, zoon van
Pieter Bruegel, zijn reputatie als bloemschilder alle eer aan. Als eerste
belangrijke kunstenaar tilde hij het bloemstilleven op tot een volwaardig genre. Maar hij was té
veelzijdig om zich enkel tot bloemen te beperken. Zo schilderde hij ook rijke miniatuurlandschappen
en helletaferelen. Daarnaast bracht hij het dorpsleven en ook de mythologie in beeld.
Familiestuk?
Volgens Brueghelkenner Klaus Ertz had Jan I geen voorbereidende tekeningen nodig om deze bloemen te vereeuwigen. Tijdens de bloeitijd schilderde hij ze rechtstreeks op houten of koperen panelen. Voor dit werk kreeg de meester vermoedelijk hulp van buitenaf. Zo meent Ertz in dit boeket twee handen met elk hun eigen kwaliteit te herkennen. Hij ziet het schilderij als een geslaagde samenwerking tussen Jan I en zijn zoon Jan II.
