George Grosz
Berlijn 1893 – Berlijn 1959
olieverf op doek
90 x 80 cm
Inventarisnummer 2454
De Duitse kunstenaar
George Grosz was net als zijn goede vriend en schrijver
Walter Mehring een schandaalfiguur in Berlijn tussen de twee wereldoorlogen in. Ze
ontmoetten elkaar in 1918 in Berlijn en werkten samen aan het tijdschrift Dada en het cabaret ‘
Schall und Rauch’. Ze waren dadaïsten van het eerste uur, onruststokers en hekelaars van het
burgerdom. Mehring was gevreesd en befaamd om zijn satirische liederen en teksten. Grosz uitte zijn
afkeer voor corruptie, antisemitisme en militarisme in zijn tekeningen en schilderijen. Rond 1926
schilderde Grosz Mehring al zittend tegen een achtergrond met onweerswolken en een verwoest gebouw.
Een voorteken van wat enkele jaren later zou gebeuren?
De nazi’s namen het portret in 1937 in beslag. Zij beschouwden alle modernistische, abstracte
of kritische kunst als het kwaad. Die kunst mocht dan ook niet meer getoond worden. Zo raakte
Duitse musea veel van hun eigentijdse werken kwijt.
Geveild
Het nazi-regime dat sinds 1933 aan de macht was, beschouwde alle modernistische, abstracte of sociaalkritische kunst als het kwaad. Dergelijke kunstwerken mochten dan ook niet meer getoond worden. Duitse musea raakten zo veel van hun eigentijdse kunst kwijt. Zoals dit portret, bewaard in de Hamburgse Kunsthalle, in 1937 in het depot gezet en in 1939 geveild samen met honderden andere.
