Jan van Eyck
Maaseik 1380/1400 - Brugge 1441
1437
olieverf op paneel
31 x 18 cm
Inventarisnummer 410
Met dit werk vertelt de Vlaamse primitief
Jan van Eyck het verhaal van de heilige Barbara. Haar vader, een Syrische edelman,
wou voorkomen dat iemand zijn dochter zag. Hij sloot haar op in een versterkte toren waar ze een
luxeleventje leidde. Toen hij haar wou uithuwelijken, verzette ze zich hevig. Om haar te
overtuigen, gaf vader haar de toestemming de toren af en toe te verlaten. Tijdens zo'n uitstap
bekeerde Barbara zich tot het christendom. Ter ere van de Heilige Drievuldigheid liet ze in haar
toren zelfs een derde raamopening plaatsen. Woedend leverde haar vader haar uit aan de gouverneur
die haar op zijn beurt liet folteren. Zonder succes, want 's nachts verdwenen al haar wonden. Ten
einde raad onthoofdde vaderlief zijn dochter dan maar zelf.
We zien Barbara, martelares van het christendom, bladeren in een gebedenboek. De palmtak in
haar linkerhand staat symbool voor haar triomf op de dood. Ze heeft immers voor Jezus en het
eeuwige leven gekozen. Achter haar zijn tal van werfarbeiders druk in de weer. Samen bouwen ze een
monumentale gotische kerktoren, en daarmee het christendom, op.
Gedoodverfd
De extreem fijne uitwerking van deze doodverf, of onderschildering, is uniek en innoverend. Nadat hij de luchtpartij geschilderd had, staakte van Eyck zijn werk. Tot vandaag is de Heilige Barbara het oudste onvoltooide paneel in de schilderkunst van de Nederlanden. Toch voorzag van Eyck het van zijn signatuur. Een teken dat het werk volgens hem wel voltooid was?
