Alfred Stevens
Brussel 1823 - Parijs 1906
1867
olieverf op doek
72 x 53 cm
Inventarisnummer 1373
Toen de jonge Brusselaar
Alfred Stevens zijn schilderdebuut maakte in Parijs, specialiseerde hij zich in
realistische, sociaal bewogen kunst. In 1855 schakelde hij over op thema's uit het leven van
eigentijdse burgerdames. Hij werd de kroniekschilder van de demi-mondaines, vrouwen die zich door
hun welgestelde minnaars lieten onderhouden.
Zijn onderwerpskeuze was enorm vernieuwend. Voordien speelden vrouwelijke personages in de
schilderkunst vooral een mythologische of historische rol. Stevens portretteert de vrouw voor het
eerst als een kostbaar voorwerp in een rijk gedecoreerd vertrek.
Met
De Parijse sfinks schilderde Stevens een raadselachtige vrouw die afwijkt van de dames die
hij doorgaans weergaf. Hij beeldt haar frontaal uit. Terwijl ze met haar hand haar hoofd lichtjes
ondersteunt, staart ze voor zich uit in de richting van de toeschouwer. De achtergrond is bruin en
neutraal. Attributen vinden we nergens terug. Wie is die vrouw en welke verborgen raadsels draagt
ze met zich mee? Daarover blijven we tot vandaag in het ongewisse.
Trio
Naast de sfinks in het KMSKA zijn er nog minstens twee andere Parijse sfinksen gekend. Eén bevindt zich in een Amerikaanse privécollectie. Een andere vinden we in het Clark Art Institute in de Amerikaanse staat Massachusetts terug. Zij is als het ware het winterse zusje van deze zomerse Antwerpse variant.
