Quinten Metsijs
Leuven 1456/ 1466 - Antwerpen 1530
olieverf op paneel
260 x 503 cm
Inventarisnummers 245 - 249
In 1503 vroeg de Antwerpse schrijnwerkersgilde aan
Quinten Metsijs om een altaarstuk te schilderen. Naast de
Bewening van Christus moesten de patroonheiligen van de gilde, Johannes de Evangelist en
Johannes de Doper op de zijluiken staan. Links serveert een dansende Salome het hoofd van die
laatste aan haar stiefvader Herodes en haar moeder Herodias. Achteraan zien we de onthoofding zelf.
Op het rechterluik wordt Johannes de Evangelist gekookt in een ketel ziedende olie, terwijl keizer
Domitianus en zijn gevolg toekijken. Op de achtergrond rijst de Romeinse Porta Latina op, een
bouwwerk dat hier gelijkenissen vertoont met het Antwerpse Steen.
Veel meer dan de gruwel op de zijluiken zet het middenpaneel aan tot bezinning en gebed. Het
dode lichaam van Christus ligt vooraan, vlakbij de toeschouwer. Het verbindt de figuren op de
voorgrond met elkaar. Achter hen werkte Metsijs een schitterend landschap uit met het rotsgraf, de
heuvel Golgotha, de drie kruisen en Jeruzalem. De bergen die het landschap omzomen, worden volgens
de regels van het Italiaanse perspectief steeds vager en lichter.
Vierde keuze
Oorspronkelijk wou de gilde een gebeeldhouwd retabel. Ze bestelde het altaarstuk eerst bij twee Leuvense beeldhouwers en daarna bij een Antwerpenaar. Omdat hun ontwerpen te duur waren, richtte de gilde zich tot Quinten Metsijs die de opdracht op sublieme wijze volbracht.
