James Ensor
Oostende 1860 - Oostende 1949
1889
olieverf op doek
109 x 131,5 cm
Inventarisnummer 2042
In 1886 hield
James Ensor de natuurgetrouwe, realistische manier van werken die hij bij
De Oestereetster en zijn
Burgersalons hanteerde voor bekeken. In de Brusselse kunstkring ‘Les XX’ ontdekte hij het
symbolisme van
Odilon Redon en andere vernieuwers. Daarop onderzocht hij zelf de mogelijkheden
van het rationele en het irrationele. Bij schilders als
Rembrandt en
Goya, het Japonisme en de karikaturisten vond hij inspiratie.
Verbazing van het masker Wouse geeft een mooi beeld van zijn nieuwe werkwijze. Voor het
interieur baseerde Ensor zich op zijn atelier op de zolder van zijn ouderlijke woonst in Oostende.
Op de vloer liggen carnavalsattributen: kledingstukken, hoofddeksels, muziekinstrumenten, maskers
en zelfs een doodskop.
Links en rechts komen de maskers tot leven. Het hoofdpersonage heeft iets onwezenlijks. Het
is een lelijke vrouw die loopt te pronken als de verleidelijke deerne die ze nooit meer zal zijn.
Ze is een persiflage op de chique dames die destijds een geliefkoosd onderwerp waren van Ensors
collega-kunstenaars.
Wie is Wouse?
Ensor heeft nooit verduidelijkt wie die Wouse nu eigenlijk is. Het kan de groteske vrouw zijn, maar ook de zwarte man die links het schilderij binnenwandelt. Ook is het niet meteen duidelijk wie de wezens zijn die, al dan niet letterlijk, aan de vrouw haar voeten liggen.
