Lees de tekstuele versie van de 'Rubenszaal in 3D'-pagina.
Christus aan het kruis, "De lanssteek"
Olieverf op paneel
429 x 311 cm
Inventarisnummer 297
Tijdens een zonsverduistering sterft Christus aan het kruis. De terechtgestelde misdadigers
naast hem leven nog. Soldaten staan klaar om hun einde te bespoedigen. Rechts spartelt de 'slechte'
moordenaar Gestas tegen. Dismas, de 'goede' moordenaar, kijkt gelaten richting hemel. Onderaan
huilen Maria, Johannes de Evangelist en Maria Cleophas om de dood van Christus. Maria Magdalena
probeert de lanssteek van de ongelovige Romein Longinus af te weren.
Meer dan ooit legt
Rubens hier de nadruk op de nasleep van die lanssteek. De Kerk werd immers geboren
uit de wonde in Christus' rechterzij. Toen Longinus bloeddruppels uit die wonde in de ogen kreeg,
kon hij weer 'zien' en bekeerde hij zich, net als de honderdman uiterst links, Dismas, Jozef van
Arimathea en Nicodemus. Die laatste twee, verdoken christenen, bekijken de gruwel van op een
afstand.
Aanbidding door de koningen
Olieverf op paneel
Ca. 1624
447 x 336 cm
Inventarisnummer 298
Een kleurrijke stoet treedt een stal met een antieke zuil binnen. De zuil verwijst naar het
verwoeste rijk van koning David. Uit zijn geslacht zou de Messias geboren worden, waardoor een
nieuwe wereld kon ontstaan. Rechts zien we hoe Maria haar zoon aan de koningen toont. Zij hebben
hun knechten, soldaten, paarden en kamelen bij. Gaspar knielt en offert wierrook. Melchior, met
rode mantel, schenkt goud. De Moorse koning Balthazar, met tulband, heeft mirre bij. Het drietal
staat voor de landen en geslachten die afwisten van Jezus' geboorte. Hij zou de mensheid redden uit
de netten van het kwaad, dat wordt voorgesteld door een spinnenweb bovenaan rechts.
Omdat
Rubens dit werk in kikkerperspectief heeft geschilderd, kijkt je er vanzelf naar
op. Terecht, de meester zou het werk immers in twee weken voltooid hebben. De souplesse en de zwier
waarmee hij te werk ging, zijn fenomenaal.
Heilige Theresia van Ávila bekomt door Christus' tussenkomst de verlossing uit het vagevuur van Bernardino de Mendoza
Olieverf op doek
1630 - 1635
194 x 139 cm
Inventarisnummer 299
Bernardino de Mendoza had zijn plekje in de hemel verdiend. De Spaanse edelman was diplomaat,
geschiedschrijver, priester én gulle weldoener. Hij had zijn landeigendom nabij Valladolid
afgestaan aan de heilige Theresia van Ávila. Zo kon zij er een klooster oprichten. Omdat Mendoza
onverwacht stierf, kreeg hij het laatste sacrament, de ziekenzalving, niet toegediend. Theresia
vindt het verschrikkelijk dat hij daardoor in het vagevuur belandt en bidt voor zijn zielenheil.
Daarop daalt Christus uit de hemel neer. Hij vertelt haar dat haar bede Mendoza uit het vagevuur
heeft gered.
In dit werk beeldt
Rubens beide taferelen uit. Christus verschijnt voor de knielende heilige en toont
haar hoe een engeltje Mendoza uit de vlammenzee trekt. Naast Christus duikt een tweede engeltje op
dat Mendoza naar de hemel zal leiden. Een derde cherubijntje verwelkomt hem in de eeuwige
gelukzaligheid.
Christus op het stro
Olieverf op paneel
1618
Middenpaneel, 138 x 108 cm; zijpanelen, 136 x 40 cm
Inventarisnummer 300-304
Dit is een grafmonument voor koopman Jan Michielsen en zijn vrouw Maria Maes in de Antwerpse
kathedraal. Op het middenpaneel legt Jozef van Arimathea het lichaam van Christus op het lijkstro.
Aan dit middeleeuwse ritueel dankt het drieluik zijn populaire naam. De oude leerling richt zijn
dode meester op om zijn bovenlichaam in de lijkwade te hullen. Naast hem houdt Maria een zweetdoek
klaar om het aangezicht van haar zoon te bedekken. Bedroefd kijken Johannes en Maria Magdalena toe.
Aan de binnenkant van de zijluiken zien we de patroonheiligen van het echtpaar: Maria met
Kind en Johannes de Evangelist. Op de buitenkant portretteerde
Rubens Maria, opnieuw met Kind, en Christus als Salvator Mundi of redder van de
wereld. Met dit werk drukte hij het geloof uit dat de overledene op de laatste dag uit de dood zal
verrijzen om, net als Christus, toe te treden tot het hemelse paradijs.
Het epitaaf van Jan Michielsen en zijn vrouw Maria Maes is momenteel uitgeleend aan de tentoonstelling "Reünie. Van Quiten Metsijs tot Peter Paul Rubens. Meesterwerken uit het Koninklijk Museum terug in de Kathedraal".
Laatste communie van de heilige Franciscus van Assisi
Olieverf op paneel
1618-1619
422 x 266 cm
Inventarisnummer 305
Toen Franciscus van Assisi zijn dood voelde naderen, vroeg hij zijn medebroeders om hem naakt
voor het altaar in de kerk van Sancta Maria de Portiuncula te leggen. Hij richtte zijn ogen op naar
de hemel, bedekte de wonde in zijn zijde en sprak: "Ik deed mijn plicht, moge Christus u leren uw
plicht te doen." Met veel zin voor dramatiek plaatst
Rubens Franciscus hier knielend op de voorgrond. Zijn pij en koord liggen op de
trappen onderaan. Een priester reikt hem de hostie aan. Negen minderbroeders aanschouwen het
tafereel. Door het raam zweven drie engeltjes de kerk binnen. Eén van hen heeft een lauwerkroon in
de hand.
Toen Rubens dit werk schilderde waren voorstellingen van Franciscus' dood erg populair. Ze
bevestigden het idee dat de heilige naakt wou sterven, net als de gekruisigde Christus. Zo bleef
hij zelfs tijdens de laatste ogenblikken van zijn leven een voorbeeld voor elke gelovige.
Opvoeding van Maria
Olieverf op doek
1630 - 1635
194 x 140 cm
Inventarisnummer 306
In een zomerse tuin zit de heilige Anna op een marmeren bank. Naast haar staat de jonge Maria.
Over de schouder van zijn vrouw kijkt Joachim vertederd naar hun dochter. Maria houdt een boek
vast. Ze leest niet, maar kijkt de toeschouwer recht in de ogen. Twee engeltjes dalen neer uit de
hemel met een rozenkrans. Ze kronen Maria als 'Moeder van God' en 'Bruid van de Allerhoogste'.
Rechts bloeit een roos zonder doornen, symbool voor Maria's onbevlekte ontvangenis.
Volgens niet-Bijbelse teksten stonden Joachim en Anna hun dochter af aan de tempel toen ze
drie was. Ze zou er tot haar twaalfde blijven en onderscheidde zich van de andere tempelmaagden
door haar grote minzaamheid, haar buitengewone vroomheid en een opmerkelijke kennis van de Heilige
Schrift. Vermoedelijk brengt
Rubens in dit tafereel een bezoek van Anna en Joachim aan hun dochter in de tempel
in beeld.
Ongeloof van Thomas
Olieverf op paneel
1613-1615
Middenpaneel, 143 x 123 cm; zijpanelen, 146 x 55 cm
Inventarisnummer 307-311
Op het middenpaneel van dit drieluik beeldt
Rubens onder meer de verschijning van Christus aan de apostel Thomas uit. Die
laatste, uiterst rechts, geloofde niet dat de Zoon van God was verrezen. De aanwezigheid van de
apostels Petrus en Paulus duidt op een tweede thema, dat van de vergiffenis. Petrus verloochende
Jezus tot drie keer toe en Paulus had christenen vervolgd. Toch schonk Christus hen vergiffenis
voor hun zonden en liet hij hen toe in het Hemelse Rijk.
Op de zijluiken portretteerde Rubens Nikolaas Rockox en zijn vrouw Adriana Perez. Het
drieluik diende immers als grafmonument voor het vooraanstaande Antwerpse echtpaar in de kerk van
de minderbroeders-recolletten. Rockox houdt zijn hand tegen zijn borst, een gebaar dat liefde
uitdrukt. Adriana heeft een bidsnoer vast, een teken van geloof. Ze smeken als het ware om
vergiffenis voor hun zwakheden en een plekje in de hemel.
Het epitaaf van Nicolaas Rockox en zijn vrouw Adriana Perez is momenteel uitgeleend aan de tentoonstelling "Godsgeschenk. Privémecenaat aan de Antwerpse kerken in de 16de en 17de eeuw" in het Rockoxhuis in Antwerpen.
De Heilige Familie met papegaai
Olieverf op paneel
Ca. 1614
163 x 189 cm
Inventarisnummer 312
De Heilige Familie rust uit in de luwte van een muur. Liefkozend streelt Maria de krullen van
haar zoon. Die kruipt op haar schoot om er de appel op te eten die hij in zijn hand houdt. Rechts
zien we Jozef bezorgd maar ook vertederd toekijken. Achter het trio staat een zuil met een
druivelaar. Een bontgekleurde papegaai bijt zich vast in een druivenrank.
Appel, papegaai en druivelaar verwijzen naar de fundamenten van het christendom. De appel
staat voor de erfzonde van Adam en Eva, waarvan de Messias de mensheid zal verlossen. De papegaai
en de druivelaar zijn symbolen voor Maria's maagdelijke moeder- en middelaarschap.
Oorspronkelijk bestond dit werk uit Maria, Jezus en wieg. Later heeft
Rubens de papegaai, het landschap en Jozef erbij geschilderd. Nadien schonk hij
het aan de Sint-Lucaskamer. Zo kwam het in de collectie van het KMSKA terecht.
Christus aan het kruis
Olieverf op doek
221 x 121 cm
Inventarisnummer 313
Christus hangt aan het kruis. De nagels doorboren zijn handen. Hij richt zijn hoofd op en kijkt
naar de hemel. Aan de voet van het kruis staan de letters 'N' en 'R'. Ze verwijzen naar de
initialen van Rubens' vriend en mecenas Nicolaas Rockox, die dit werk had besteld. Op de
achtergrond kan je het oude Jeruzalem zien. De dramatische expressie en de nadrukkelijke
uitbeelding van spieren zijn typerend voor de barok.
Met deze 'eenzame gekruisigde' introduceerde
Rubens een nieuwigheid in de religieuze schilderkunst. Voordien beeldden schilders
de kruisiging steevast met nevenfiguren uit. Het nieuwe thema werd een inspiratiebron voor velen.
Rubens schilderde er verschillende variaties op. Kunsthistorici zijn het dan ook niet eens over de
vraag of Rubens dit werk helemaal zelf geschilderd heeft.
Heilige Drievuldigheid
Olieverf op paneel
1620
158 x 152 cm
Inventarisnummer 314
God zit in de hemel op een troon van wolken. Rond Hem schijnt het licht van zijn grootsheid. Hij
toont het lichaam van Christus dat voor Hem op een lijkwade ligt, met de armen slap naast het
lichaam en de benen verkrampt vooruit. De stigmata - de wonden in zijde, handen en voeten - gapen.
Uit het voorhoofd stroomt bloed. Naast God zweeft de Heilige Geest in de gedaante van een witte
duif. Op de achtergrond houden twee engeltjes de passiewerktuigen vast: links de zweep van de
geseling, de doornenkroon van de bespotting en de lans van Longinus, rechts de nagels van de
kruisiging.
Rubens schilderde dit werk voor Judoca Van der Capelle, vrouw van de Antwerpse
griffier Jan de Pape. Het sierde het Triniteitsaltaar in de Onze-Lieve-Vrouwebroederskerk. De
Heilige Drievuldigheid staat voor verlossing, genade en het zalige hemelse leven. Niet zo vreemd
dus, dat het koppel voor het altaar werd begraven.
Doopsel van Christus
Olieverf op doek
1604-1605
411 x 675 cm
Inventarisnummer 707
Christus staat tot aan zijn knieën in de Jordaan. Aan de oever van de rivier staat Johannes de
Doper die water over zijn hoofd giet. Uiterst links dragen enkele engelen het gewaad en de
attributen van de Messias. Boven zijn hoofd daalt de Heilige Geest, in de gedaante van een duif,
neer uit de hemel. De boom in het midden bakent dit belangrijke gebeuren af. Rechts maken enkele
naakte mannen zich klaar voor hun doopsel.
Rubens vervaardigde dit werk tijdens zijn verblijf in Italië, als hofschilder van
hertog Vincenzo I Gonzaga. De heftige bewegingen van de personages en de verkorte figuren zijn
typisch voor Rubens 'Italiaanse periode' tussen 1600 en 1608. In dit werk is de invloed van
vooraanstaande Italiaanse grootmeesters als Tintoretto, Michelangelo en Rafaël duidelijk
merkbaar.
Tronende Madonna door heiligen omringd
Olieverf op doek
1628
546 x 401 cm
Inventarisnummer IB1958.001
Oorspronkelijk hing dit werk boven het hoogaltaar van de Antwerpse augustijnerkerk. Het is een
van de mooiste en grootste altaarstukken die Rubens ooit heeft gemaakt.
Middenin zit Maria op een voetstuk met Jezus op schoot. Die laatste doet een ring om de
vinger van de heilige Catharina. Op de trappen voor Maria's troon beeldt Rubens tal van heiligen
uit. Bovenaan staan Petrus met sleutel, Paulus met zwaard, Jozef en Johannes de Doper, vergezeld
door twee engeltjes en een lam.
Onderaan schilderde
Rubens tien heiligen die de augustijnerorde na aan het hart lagen. De
patroonheilige Augustinus houdt een brandend hart vast en kijkt de toeschouwer doordringend aan.
Naast hem staan nog twee geestelijke heiligen die de Kerk, net als hij, met woorden verdedigden. De
soldatenheiligen links deden hetzelfde maar dan met daden. Achter hen staan vier vrouwelijke
heiligen in een groep bij elkaar.
Bewening van Christus
Olieverf op paneel
55 x 73 cm
Inventarisnummer 319
Christus' lichaam ligt naakt op een lijkwade op het stro. Zijn schouders rusten tegen zijn
moeder aan, zijn hoofd ligt tegen haar borst. In een gebaar van aanvaarding sluit Maria de ogen van
haar zoon. Achter haar staat Johannes, naast haar rukt Maria Magdalena zich radeloos de haren uit.
Helemaal rechts knielen nog drie vrouwen. De eerste snikt in een zakdoek, de tweede buigt voorover
om haar tranen te verbergen, de laatste kijkt wanhopig naar de hemel, alsof ze God om een
verklaring vraagt voor dit leed.
Met de voorwerpen vooraan verwijst
Rubens naar wat vooraf ging. De kruisnagels, de tang en de klauwhamer verwijzen
naar de kruisiging en de kruisafneming. De bezem en de lantaarn dienden om de grot schoon te maken,
het wasbekken met spons en de emmer met handdoek om Jezus te zuiveren. Tot slot herinneren Maria
Magdalena's balsemkruikje en Nicodemus' doos met aromatische oliën aan de zalving.
Christus aan het kruis
Antoon van Dyck
Olieverf op paneel
104 x 72 cm
Inventarisnummer 406
Dit schilderij toont Christus in de volle eenzaamheid van zijn lijden. Zijn getormenteerde blik
richt zich naar de hemel. Hij spreekt zijn laatste woorden uit: "Mijn God, mijn God, waarom hebt
Gij Mij verlaten?" (Mc. 15,34). Op de achtergrond benadrukken het kale summiere landschap en de
stormachtige lucht de dramatiek van het geheel. Bovenaan links toont
Antoon van Dyck een eclips. Christus is immers in het donker van een
zonsverduistering gestorven.
De context van de kruisiging heeft van Dyck hier achterwege gelaten. Elke referentie naar de
Golgotha, de heuvel waarop Christus' kruisiging plaatsvond, ontbreekt. Ook Maria, Johannes de
Evangelist en Dismas en Gestas - de goede en de slechte moordenaar - zijn afwezig. Als gevolg
daarvan kan de gelovige zijn aandacht op de kern van de voorstelling richten: de doodsstrijd van de
Messias.
Kruisafneming
Olieverf op doek
125 x 92 cm
Inventarisnummer 315
De volgelingen van Christus halen zijn dode lichaam van het kruis en hullen het in een lijkwade.
Onderaan staat Johannes de Evangelist in een fel rood gewaad. Hij valt net niet achterover als hij
het zware lichaam aanneemt. Links probeert Maria haar zoon aan te raken. Knielend kijkt Maria
Cleophas op naar Christus terwijl Maria Magdalena zijn been vasthoudt.
Dit schilderij is een verkleinde versie van het middenpaneel van het altaarstuk van de
kolveniersgilde in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. De twee versies verschillen slechts in
enkele details van elkaar. Dit werk hing oorspronkelijk in de voormalige Antwerpse
minderbroederskerk. Toen de Franse bezetters in 1794 de kerken en kloosters afschaften, belandde
het in Parijs. Nadien kwam het in de collectie van het KMSKA terecht.
