In het najaar van 2011 ging de verbouwing van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen van start. Het verbouwproces bestaat uit twee fases.
Fase 1
De eerste fase, die in het najaar van 2011 van start ging, omvat voornamelijk sloopwerken. Maar vooraleer die van start kunnen gaan, moet er een nieuw intern schilderijendepot worden gemaakt. Zo kunnen de kunstwerken die het gebouw tijdens de verbouwing niet verlaten - de kolossale werken van Rubens bijvoorbeeld - veilig worden opgeborgen. Eens het depot klaar is moet het museumgebouw ingrijpend gesaneerd worden. Er is immers een latent asbestgevaar en de technische installaties zijn sterk verouderd. Het spreekt dan ook voor zich dat het asbest en de oude installaties verwijderd moeten worden.
Fase 2
In fase twee is het tijd voor nieuwe installaties en krijgt het museumgebouw ook een nieuw dak.
Daarna wordt de oorspronkelijke museumroute in de zalen hersteld. Tot slot zal de totale
tentoonstellingsoppervlakte van het museum ook vergroten. Het bureau
Claus en Kaan Architecten ontwikkelde een ingenieus plan dat het uizicht van het
19de-eeuwse museumgebouw niet verandert en de tentoonstellingsruimte met 40% vergroot. De vier
patio’s of binnenplaatsen van het museumgebouw, die voor de aanvang van de verbouwingswerken niet
gebruikt werden en ook niet toegankelijk waren, krijgen daardoor een nieuwe bestemming. Zo creëren
de architecten een nieuw – verticaal – museum binnenin het historische gebouw. Het moderne museum
kan gebruikt worden voor tijdelijke tentoonstellingen of om de permanente collectie van het museum
te tonen.
