Alle artikels

Verhalenvertellers met passie

Verbouwing

Een prachtig gebouw, een indrukwekkende collectie én een schat aan grote en kleine verhalen! Hoe maak je dit alles toegankelijk voor alle bezoekers? Twee productiehuizen – De chinezen en MoJuice – bundelen hun creatieve krachten op verschillende manieren en presenteren De Schoonste verhalen.

Lees meer
De chinezen en Mojuice, een joint-venture
Arnout Hauben (links vooraan), An Lombaerts (midden) en Geert Geuten (rechts) gaan in gesprek met ZAAL Z.

Eén voor één verschijnen ze op het computerscherm voor een digitaal gesprek: Arnout Hauben van De chinezen, die voor straffe tv-verhalen kilometers aflegt. Geert Geuten van MoJuice, die straffe interactieve tools ontwikkelt. An Lombaerts, die straffe publieksprojecten trok in het Red Star Line Museum en het MigratieMuseumMigration. Zij legden de basis voor een joint venture van gepassioneerde verhalenvertellers. Hoe is die ontstaan?

 

Arnout: ‘Ik was een tv-reeks aan het afwerken in de montagestudio toen ik hoorde dat het KMSKA een producer zocht om de verhalen achter de kunstwerken te onthullen voor bezoekers. Raf Serneels, monteur en grafisch vormgever, was meteen geïnteresseerd. We hebben gelijkgestemde zielen uit onze kennissen- en professionele kring gebundeld tot een fris team waarmee we ons kandidaat hebben gesteld.’

Meestal werken wij binnen een commerciële context, voor merken die graag een breed publiek bereiken. Nieuw voor ons is dat we mee in het creatieve bad worden getrokken. Eigenlijk zijn wij aannemers: doorgaans voeren we uit wat agentschappen bedenken. Hier doen we écht aan co-creatie.

Geert Geuten

Rust

Als bekend productiehuis van tv-reeksen als Ten oorlog en Iedereen beroemd slaan jullie nu deze nieuwe weg in?

 

Arnout: ‘Dat voelt niet zo aan. Wat wij doen, is met passie verhalen vertellen voor een breed publiek. Of dat nu in een tv-programma, een boek of met een museumcollectie is, maakt geen verschil.’

 

An: ‘Ik vond het mooi om te zien hoe enthousiast Arnout en Raf waren over die museumverhalen en de meerwaarde die zij met hun expertise kunnen bieden. Toen Arnout het dossier aan het schrijven was, vertelde hij me dat hij het museumjargon nog niet helemaal in de vingers had. Ik dus wel. We zijn samen gaan zitten en hebben al onze ideeën op tafel gelegd. Na die eerste sessie wisten we: op het vlak van verhalen komt dat goed. Maar hoe gaan we dit nu interactief maken? Zo zijn we bij MoJuice en Geert beland.’

 

Geert: ‘Wij hadden al wat ervaring met musea, onder andere met M Leuven. Dit is de eerste keer dat we een volledige museumervaring ontwikkelen. Meestal werken wij binnen een commerciële context, voor merken die graag een breed publiek bereiken. Nieuw voor ons is dat we mee in het creatieve bad worden getrokken. Eigenlijk zijn wij aannemers: doorgaans voeren we uit wat agentschappen bedenken. Hier doen we écht aan co-creatie.’

Jullie hebben het museum intussen al enkele keren bezocht. Wat vinden jullie ervan?

Arnout: ‘Soms denk ik dat de grootste vijand van het museum het museum zelf zal zijn. Net omdat het zo groot, zo veel, zo overweldigend is dat je het bijna niet gevat krijgt. Het KMSKA is ronduit fantastisch. Dat gebouw, die collectie! Een bezoeker zal keuzes moeten maken om zijn bezoek intens te kunnen beleven.’

 

An: ‘Dat is de rol die wij opnemen. Met multimedia willen we de kijker bijstaan bij de veelheid van wat er te zien is. Wat moet je zeker gezien hebben? Waar kunnen we prikkelen om nog beter te kijken? Maar ook: kunnen we multimedia en muziek gebruiken om af en toe rust te creëren?’

Soms denk ik dat de grootste vijand van het museum het museum zelf zal zijn. Net omdat het zo groot, zo veel, zo overweldigend is dat je het bijna niet gevat krijgt.

Arnout Hauben

Intuïtief

Het museum wil inzetten op beleving. Hoe gaan jullie dat concreet aanpakken?

 

Arnout: ‘We gaan heel intuïtief te werk, zeker niet sturend of schools. Dat doen we onder andere met interactieve schermen die kunstwerken uitlichten. Schilderijen van bekende en minder bekende, oude en moderne meesters. Het is geen vast parcours. De schermen vertrekken vanuit vier kleuren: een menu waarmee de bezoeker het werk vanuit verschillende invalshoeken kan benaderen.’

Verdiepende multimediascherm
De interactieve schermen vertrekken vanuit vier kleuren waarmee de bezoeker het werk vanuit verschillende perspectieven kan benaderen.

Dé bezoeker bestaat natuurlijk niet. Sommige mensen hebben nood aan diepgaande info., anderen knappen daar net op af. Welke toverformule gebruiken jullie om iedereen te bedienen?

 

An: ‘Net door onze intuïtieve aanpak willen we de jongere laten klikken op een pop-up met kunsthistorische info en de meerwaardezoeker laten experimenteren met artificiële intelligentie. Met onze vier ingangen kunnen we de volledige breedte van het bezoekersspectrum bedienen. Zonder mensen in vakjes te duwen.’

 

Geert: ‘Daar zit zeker ook op technologisch vlak dé uitdaging. Onderliggend gebruiken we uiteenlopende technologieën. Maar de bezoeker mag daar niets van merken.’

Dynamische compositie

Toen het KMSKA de deuren sloot, was het al een hele verwezenlijking als je als museum een app had. Sindsdien is het multimediale landschap geëxplodeerd. Hoe kan je nog het verschil maken?  Het museum wil naast verwonderen en verrijken ook verbinden.

 

Arnout: ‘In de grote interactieve belevingsruimte kunnen alle bezoekers samen iets beleven. Een museumbezoek is een individuele ervaring. Wanneer een gezin naar het museum komt is de ervaring van de vader anders dan die van het kind.’

 

De bezoeker treedt er letterlijk in de wereld van een schilderij en neemt er actief aan deel.

 

Arnout: ‘Het wordt heel wat! Al moet je ook bescheiden blijven. Qua gebouw en collectie speelt het museum in “The Champions League”. Wij reiken een toegevoegde waarde aan de collectie, maar we gaan het museum niet opnieuw uitvinden.’

 

Geert: ‘Door de verschillende technologische toepassingen als een geheel te bekijken. Wij proberen – zoals in een verhaal of een muzikale compositie – een dynamiek te creëren met onze uiteenlopende opstellingen. Op sommige plekken zullen mensen volledig ondergedompeld worden, zoals in de belevingsruimte. De interactieve schermen variëren tussen informatie en infotainment. Zij zullen de bezoeker discreter ondersteunen in zijn ontdekkingstocht. Maar er is een conceptuele eenheid die over alle installaties heen loopt.’

 

 

Qua gebouw en collectie speelt het museum in ‘The Champions League’. Wij reiken een toegevoegde waarde aan de collectie, maar we gaan het museum niet opnieuw uitvinden.

Arnout Hauben

Dode Jezussen

In januari zijn jullie gestart met de productie van de verhaallijnen en tools. Wat heeft jullie verrast en waar kijken jullie het meest naar uit?

 

Arnout: ‘Geert zorgt voor de technologische uitwerking van de belevingsruimte. Ik kijk uit naar hoe die ervaring op de bezoeker zal inwerken.’  

 

Geert: ‘Voor mij is het verhaal van Rubens als creatieve ondernemer blijven hangen. Hij stond aan het hoofd van wat destijds een enorm bedrijf was. Hij was niet alleen een fantastische kunstenaar, hij dacht ook heel concreet na over wie voor een bepaald werk de handen moest schilderen en wie de druiven voor zijn rekening moest nemen. Rubens’ atelier was een productiehuis avant la lettre. Je voelt dat hij zowel op creatief als economisch vlak een dominante stuwende kracht was.’

 

An: ‘Het verhaal achter de Madonna van Fouquet fascineert mij enorm. Het is natuurlijk een fantastisch werk. En dan blijkt dat Agnès Sorel model stond voor dat werk, de minnares was van de Franse koning. Het is een verhaal om van te smullen. Ze was dan ook nog eens de mooiste vrouw van haar tijd. Ze werd onlangs opgegraven en dat haar gezicht met 3D-technologie gereconstrueerd kon worden. Dat is hallucinant. Wist je dat ze als minnares van de Franse koning ook officiële functies had? Qua girl power kan dat tellen. Ik kijk ernaar uit om dat verhaal via het verdiepend scherm verder te exploreren.’

De collectie is heel mannelijk en westers georiënteerd. Aan ‘dode Jezussen’ geen gebrek. Hoe maak je die werken relevant voor wie met een andere achtergrond komt kijken.

 

An: ‘We hebben nagedacht over het aspect ‘meerstemmigheid’. We zijn ervan overtuigd dat iedereen vanuit zijn of haar specifieke achtergrond iets kan vertellen over een kunstwerk. Bedoeling is dat we verschillende mensen – dat zou een restaurator kunnen zijn of een schooljongen uit Deurne – laten kijken naar specifieke werken en hen vervolgens hun mening laten formuleren. Met die persoonlijke interpretatie willen we de blik van de bezoeker verruimen. Zo kunnen we het werk actualiseren, persoonlijk maken en de bezoeker langer doen kijken. Je mag niet vergeten dat mensen op sociale media dagelijks overspoeld worden door beelden. Twee seconden en ze zijn weg. In een museum kan je de tijd nemen om stil te staan en écht te kijken. Dat willen wij meegeven: kijk! Kijk nog eens! Heb je dat ook gezien? Neem rustig de tijd!’

 

We eindigen deze interviewreeks met een vaste vraag: wat wensen jullie het museum toe?

 

An: ‘Veel contente bezoekers.’

 

Geert: ‘Voor iedereen een fantastische ontdekkingsreis.’

 

Arnout: ‘Eerst het einde van de coronacrisis! Als dan ook het museum opengaat, wordt dat moment groter dan de som der delen.’

 

Gratis museummagazine

Laat je verrijken en lees ons gratis magazine ZAAL Z. Met interviews, kunstwerken en meer.

Abonneer je nu