Ensor beantwoordt de Proust Questionnaire

Onze Ensorkenner Herwig Todts heeft de geschriften van James Ensor meer dan grondig bestudeerd. Hij maakte een eigen vertaling van de Proust Questionnaire van Ensor en geeft hier en daar een korte toelichting bij de soms obscure antwoorden van de kunstenaar.

In april 1926 publiceerde het Oostendse tijdschrift La Flandre Litéraire een bundel met literaire teksten die James Ensor tussen 1921 en 1926 schreef. In die bundel staat een variant van de fameuze Questionnaire de Marcel Proust, een vragenlijst zoals er aan het einde van de 19de eeuw verschillende circuleerden. Eigenlijk was het een persoonlijkheidstest die erg populair was als gezelschapsspelletje. Ensor heeft de versie van Proust lichtjes gewijzigd. Hij noemde het zelf een interview, destijds een relatief jonge, journalistieke vorm.

Ensoriaanse ontboezemingen

In zijn versie van de Proust Questionnaire probeert Ensor voortdurend verrassend, grappig en zeer gecultiveerd uit de hoek te komen. Zijn “interview” zit – typisch Ensor –boordevol ironie. Maar wie correct tussen de lijnen leest, komt wel degelijk meer te weten over zijn eerzucht en zijn artistieke ambitie, zijn opvattingen over heikele maatschappelijke kwesties en zijn persoonlijke smaak.

 

Ensor was tweetalig maar beheerste enkel de gesproken, Oostendse variant van het Nederlands. Als je zijn teksten goed wil vertalen moet je de vrijheid nemen om recht te doen aan de vele dubbele bodems. Verklarende toelichtingen kunnen dan ook niet ontbreken. In onderstaande tekst plaatsen we die toelichtingen in een roze kader. 

Mijn meest geliefde zedelijke hoedanigheid? 

De illusie van het grootse.

Ensor houdt van overweldigende indrukken en bewonderde daarom Richard Wagner én de excentrieke Antoine Wiertz, die hij “de kleine meester van het grootse, een immense en uitzonderlijke dromer" noemde.

Schilderij Daken in Oostende van James Ensor
Daken in Oostende, James Ensor, KMSKA

Mijn belangrijkste gebrek?

Nonchalance.

Mijn geliefkoosd tijdverdrijf?

Anderen doorluchtig maken, hen lelijk maken, hen opsmukken.

Schilderij De oude dame met de maskers van James Ensor, MSK Gent
De oude dame met de maskers James Ensor, Museum voor Schone Kunsten Gent, www.artinflanders.be, foto Hugo Maertens

Mijn droom van geluk?

De Filistijnen verwonden met de kinnebak van een kameel.

In het Oude Testament worden de Filistijnen voorgesteld als een woest volk. De legendarische Joodse krachtpatser Simson versloeg er duizend met de kaak van een ezel. Voor Ensor staan de Filistijnen wellicht voor diegene die cultuurmonumenten en natuurschoon vernielen en dieren mishandelen.

Mijn grootste ongeluk?

Besluiteloosheid, afschuw van tentoonstellingen.

Zoals bijna alle moderne kunstenaars maakte Ensor kunstwerken in de eerste plaats om ze ter waardering te tonen aan concullega’s, kenners en het brede publiek. Vanaf 1881 tot 1940 nam Ensor daarom ieder jaar deel aan - minstens één maar vaak ook - meerdere tentoonstellingen in Brussel en in andere Belgische en Europese steden.

Wat ik zou willen zijn?

De vrouw van Methusalem.

De 18de-eeuwse Franse schrijver Bernard le Bouyer de Fontenelle merkt in een van zijn 'Lettres galantes de Monsieur le Chevalier D’Her'… op dat het geen zin heeft om te wachten tot je uitverkoren geliefde weduwe zal zijn. “Je kan net zo goed verliefd zijn op de vrouw van Methusalem.” , zo klinkt het. Methusalem of Matwasyalah is een figuur uit de Bijbel en de Koran die 969 jaar oud werd en zo de alleroudste mens ter wereld zou zijn geweest. In het niet-gecanoniseerde Bijbelse boek Enoch treedt Edna, zij-die-geniet, op als zijn echtgenote.

Het land waar ik wens te leven?

Het luilekkerland van Kokanje, het land van Spotternije, het vrolijke land van de Marollen.

Ensors joie de vivre spreekt uit tal van opmerkingen en avontuurlijke uitspattingen in het gezelschap van zijn Brusselse vrienden. In de 'Carmina Burana' - een 13de-eeuws handschrift wordt het “luilekkerland van de honingkoeken”, Kokanje, voor het eerst bezongen.

 

In zijn tekst 'Une réaction artistique au pays de narquoisie', gepubliceerd in 'La Ligue Artistique' in 1900, maakt Ensor zich vrolijk en kwaad over de telloorgang van de aloude Vlaamse artistieke traditie.

 

In 1925 huldigde Ensor Bruegel als “Peer van (de Brusselse volkswijk) de Marollen".

De kleur die ik prefereer?

Het maagdelijke roze van de dijen van een geëmotioneerde nimf, Engels rood, het roodgevonkte achterwerk van een makaak aap.

"Cuisse de nymphe émue” is de vaste omschrijving van een specifiek soort van warm roze.

Schilderij De bekoring van Sint-Antonius van James Ensor
De bekoring van Sint Antonius James Ensor, KMSKA

De bloem die ik prefereer?

De lelie geënt op een pisbloem. De iris. Het “geklaproosde” korenbloemetje.

“Le bluet coquelicoté” kan vrij vertaald worden naar "het geklaproosde korenbloemetje". Geklaproosd is een typisch Ensoriaans neologisme dat ontstaat door de vervoeging van substantieven. Elders zegt hij: “Woorden gevoelig van onze smarten, ik heb jullie lief, rode en Spaanse citroengele woorden, woorden van Franse lelies en Vlaamse korenbloemen."

Het dier dat ik prefereer?

De hondsdolle krab. Het penseel van dassenhaar. De vlinder. Het penseel van hermelijnhaar.
De veelkaantjekinocampofotobarbeelmussirechtswijkendgrotmijkostnklop. De strijdvaardige wulp. Generaal Boem en anderen.

Ensor gebruikt wellicht opzettelijk de 'dubbelzinnige' termen 'blaireau', een das maar ook een penseel van dassenhaar, en 'hermine' een hermelijn maar eveneens een penseel van hermelijnhaar.

 

Plithofritocinocampophotobarbeaumussidextrospiliomekostinko is uiteraard een nagenoeg betekenisloze aaneenrijging van woorden die hier zeer vrij wordt vertaald.

 

In plaats van de Franse term 'courlis' voor wulp, gebruikt Ensor het West-Vlaamse 'spuurluut' maar hij schrijft 'spurlut'.

 

Generaal Boem is een personage uit de antimilitaristische komische operette La Grande-Duchesse de Gérolstein van 1867 van Jacques Offenbach.

De vogel die ik prefereer?

De fazantenhen. Kwarteltjes op toastjes. Een lellebel van een kraanvogel.

Mijn favoriete proza-auteur?

Colette, Gyp, George Sand. De ridicule precieusen.

Sidonie-Gabrielle Colette was een beruchte libertijnse vrouw, die met de reeks 'Claudine' licht-erotische literatuur bedreef.

 

Gyp is het pseudoniem van Sibylle Aimée Marie-Antoinette Gabrielle de Riquetti de Mirabeau, Comtesse de Martel de Janville, een notoir antisemiet, antirepublikein en antidemocraat.

 

George Sand was een vrijgevochten feministe.

 

Les Précieuses ridicules is een komedie over provinciale pseudo-intellectuele ijdeltuiten van de 17de-eeuwse theaterauteur Molière.

Mijn favoriete dichter?

Claude Bernières, Madame de Noailles, Madame Eugène Van Outryve-d'Ydewalle. De sirene.

Claude Bernières was een katholieke dichteres, Ensor gaf een lofrede wanneer zij in 1923 de Verhaerenprijs won en illustreerde haar bundel Les heures.

 

De schatrijke, katholieke Bruggeling Clémence van Severen werd Madame Eugène Van Outryve-d'Ydewalle.

 

Ensor noemde zijn vriendin Augusta Boogaerts de zeemeermin of sirene.

Een illustratie uit de bundel Les Heures van Bernières, privéverzameling
Illustratie uit de bundel Les Heures Claude Bernières - James Ensor, privéverzameling

Mijn favoriete schilder?

Madame Emma Lambotte, Madame Vigée-Lebrun, Margareta Van Eyck, Angelika Kaufmann, Rosa Bonheur.

Het is opmerkelijk dat Ensor hier enkel deze dames opsomt. Een andere keer maakte hij zich boos over de vele vrouwelijke amateurs die in zijn ogen het niveau van de Oostendse tentoonstellingen bedreigden.

 

Emma Lambotte was kunstcriticus, dichteres, schilder en de belangrijkste Ensorverzamelaar.

 

Ensors 'Zelfportret met de bloemenhoed', 1883 & 1888 (Mu.Zee Oostende) is een persiflage op het Zelfportret met de strohoed van Elisabeth Vigée-Lebrun.

 

Zowel de schilderende zus als de echtgenote van Jan Van Eyck heten Margriet en Margaretha.

 

Angelika Kaufmann en Rosa Bonheur zijn eveneens belangrijke en succesvolle kunstenaars.

Schilderij Zelfportret met strohoed van Elisabeth Louise Vigée Lebrun uit de collectie van de National Gallery
Zelfportret met de strohoed Elisabeth-Louise Vigée-Lebrun, National Gallery Londen

Mijn favoriete componist?

Mimi Pinson, Lala Vandervelde, Gabrielle Remy.

De Franse componist Gustave Charpentier stichtte in 1902 het Conservatoir Populaire Mimi Pirson, een school om eenvoudige jonge vrouwen een muzikale opleiding te geven, genoemd naar een literair personage van Alfred de Musset.

 

Hélène Speyer was een gecultiveerde Engelse zangeres die gehuwd was met de veel oudere vooruitstrevende directeur van de Brusselse Munt, Maurice Kufferath. Ze huwde in 1902 met de socialistische voorman Emile Vandervelde.

Mijn favoriete held in fictie?

Vilain XIII, Orlando Furioso, Ratapoil, Tartarin.

Burggraaf Georges Vilain XIII was een katholiek politicus uit het Waasland, die zich in de senaat verzette tegen de wet op de gelijkheid van de Franse en de Nederlandse taal voor de publicatie van wetten (1898), en daardoor heftige reacties uitlokte. Het is niet duidelijk of Ensor naar Georges Vilain XIII verwijst en of hij deze dan als een tragikomische dan wel als een echte held beschouwt.

 

Razende Roeland, is de Karolingische held uit het vroege 16de-eeuwse gelijknamige werk van Ludovico Ariosto.

 

Ratapoil is een fictief personage in de kunst van Honoré Daumier en andere karikaturisten die de spot drijven met de militaristische aanhangers van Napoleon.

 

Alphonse Daudet publiceerde in 1872 'Tartarin de Tarascon', de burleske avonturen van de tragikomische held Tartarin.

Mijn favoriete heldin in fictie?

Bradamante, Marphise.

Bradamante en Marphise zijn strijdvaardige vrouwelijke hoofdpersonages in Orlando Furioso.

Mijn held in het werkelijke leven?

De vrolijke pastoor van Meudon. Koning Dagobert.

De 16de-eeuwse literaire evenknie van Bruegel, was François Rabelais auteur van 'Gargantua' en 'Pantagruel'. Honoré de Balzac noemde hem "le joyeux curé de Meudon". 

 

En Le roi Dagobert verwijst naar het oude Franse liedje, "a mis sa culotte à l'envers".

Mijn heldin in het ware leven?

Madame de Pompadour. Isabella de Katholieke. Mevrouw Potifar. Héloïse. Mademoiselle de Sombreuil. Parysatis de eunuchenvilster.

De officiële maîtresse van Louis XV, de markiezin de Pompadour, werd in de loop van de 19de eeuw herontdekt als beschermster van de kunsten en de denkers van de Verlichting en de Romantiek.

 

Isabel La Catolica slaagde erin koningin van Spanje te worden door op het juiste moment doortastend en zonder scrupules op te treden.

 

Het Oude Testament en de Koran vertellen het verhaal van Jozef, die door de Egyptische hoveling Potifar als slaaf werd gekocht. Zijn echtgenote trachtte vruchteloos Jozef te dwingen om met haar de liefde te bedrijven.

 

De vermaarde filosoof Abélard en de erudiete Héloïse vormen het beroemdste liefdespaar uit de middeleeuwen en werden helden van de 19de-eeuwse romantici. Nadat hun geheime liefde aan het licht kwam werd Héloïse naar een klooster gestuurd en Abélard gecastreerd. 

 

De Franse Revolutionairen richtten onder de Franse adel een waar bloedbad aan. De dochter van de markies de Sombreuil wilde dat de Revolutionairen haar vader zouden sparen. Dat kon op voorwaarde dat zij een beker gevuld met “het vergoten” bloed zou drinken. Hoewel haar vader enkele jaren later alsnog werd terechtgesteld, werd zijn dochter vereerd als een heldhaftige vrouw.

 

De genadeloze Perzische koningin Parysatis liet de mannen die betrokken waren bij het overlijden van haar zoon, levend villen.

Koningin Paryatis, een ets van James Ensor, MSK Gent
Koningin Parysatis James Ensor, Museum voor Schone Kunsten Gent, www.artinflanders.be, foto Michel Burez

Drank en spijs die ik prefereer?

Een rood wijntje, donker brood, sinaasappelen, rode kool, groene vruchten, Gentse pastoorsneuzen, nonnenzuchten.

'Un gros bleu' is een geijkte uitdrukking voor een minderwaardige rode wijn maar Ensor heeft het over 'un petit bleu'.

 

Hij noemt 'fruits verts' en bedoelt misschien onrijp fruit.

 

De pastoorsneuzen zijn bekend als cuberdons.

 

Nonnenzuchten worden ook nonnenscheten of smoutebollen genoemd.

Mijn favoriete namen?

Claire, Rose, Blanche.

Niet toevallig refereert Ensor opnieuw naar een van zijn lievelingskleuren: helder wit-roze.

Wat ik het meest van al verafschuw?

Geblancheerde kalfskop en levertraan. De verwoesters van historische sites. De inquisiteurs. Hoogmoedige onbetrouwbare geleerden. De vivisectionisten, propvol wreedheid, gezwollen van eigendunk en winstgevende ongevoeligheid.

Ensor was een hevig tegenstander van dierenproeven, afbraak van historische monumenten, de vernietiging van landschappen. Als atheïst vergat hij niet om te herinneren aan de inquisitie. Maar hij stond ook sceptisch tegenover blind geloof in de wetenschap.

Historisch karakter dat ik meest van al verafschuw?

Jozef. Torquemada. Pontius Pilatus.

 

De 15de-eeuwse dominicaan Tomas de Torquemada was het brein achter de organisatie van de katholieke inquisitie.

 

Pontius Pilatus is dé hypocriet bij uitstek, omdat hij het aan de volksmassa overliet om Jezus tot de kruisdood te veroordelen en zijn handen vervolgens in onschuld waste.

 

Waarom Ensor de Heilige Jozef, de pleegvader van Jezus, of de Jozef uit het Oude Testament in dit gezelschap opneemt? Daar hebben we het raden naar.

De militaire actie die ik bewonder?

De ontvoering van de Sabijnse maagden. Het Beleg van Oostende.

Romulus, de legendarische stichter van Rome, kon de bevolkingsgroei van zijn nieuwe stad bevorderen door de vrouwen van de Sabijnen gevangen te nemen.

 

Van 1601 tot 1604 belegerden Spaanse Katholieke troepen onder leiding van Albrecht en Isabella de Katholieke het laatste protestantse bolwerk in de Zuidelijke Nederlanden. Uiteindelijk werd het Oostendse garnizoen verslagen en werd de stad gedeeltelijk verwoest.

De hervorming die ik het meeste waardeer?

De verbetering van een slecht en afgeleefd gestel.

De natuurlijke gave die ik graag zou bezitten?

Helderziendheid. 

Hoe ik zou willen sterven?

Als een vlo die wordt verpletterd op de (argeloze) blanke borst van een maagdeken.

De huidige toestand van mijn geest?

Slenterend, dolend en dartelend, schrijlings op een stokpaardje slalommend.

Sommige kwaliteiten worden omwille van de sonoriteit allitererend opgesomd: Etat présent de mon esprit: Chemine, vagabonde, cabriole, califourchonne, caracole – vandaar de vrije vertaling.

De fouten die mij het meest tot inschikkelijkheid stemmen?

Spelfouten.

Mijn devies?

Grootsprakerige zelfgenoegzaamheden schreeuwen erom uiteindelijk zelfopgeblazen te creperen.

 

Ensor verwijst hier naar de kikker in de fabel van De La Fontaine. Hij gebruikt deze slagzin voor het eerst in 1896 in de satirische stukken over zijn collega’s Jean Delville en de gebroeders Stevens.

James Ensor, de schoonste verhalen

Eén van de schoonste schatten van het KMSKA is onze Ensorcollectie. De grootste ter wereld. Een goudmijn! James Ensor ging de geschiedenis in als de schilder van maskers. Maar hij is zo veel meer dan dat.

Ontdek alles over Ensor